Besluit van 8 augustus 2011, houdende wijziging van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken (nummerherkenning)

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 8 augustus 2011, houdende wijziging van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken (nummerherkenning)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 18 april 2011, nr. 5693164/11/6; Gelet op de artikelen 126m, negende lid, 126t, negende lid, en 126aa, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 juni 2011, nr. W03.11.0132/II); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 18 juli 2011, nr. 5703540/11/6; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onderdeel a komt te luiden: a. Onze Minister:

Onze Minister van Veiligheid en Justitie; 2. Onder vervanging van de punt door een puntkomma in onderdeel c worden drie onderdelen toegevoegd, luidende: d. de orde:

de Nederlandse orde van advocaten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Advocatenwet; e. nummer:

het nummer, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel bb., van de Telecommunicatiewet, van een telefoon of faxapparaat dat een advocaat gebruikt ten behoeve van de dienstverlening als advocaat. f. nummerherkenning:

het geautomatiseerd vergelijken van een nummer, dat verbinding maakt met een nummer dat is betrokken bij de toepassing van de artikelen 126m, 126t of 126zg van het Wetboek van Strafvordering, met een nummer dat door de orde is aangemeld, ten behoeve van de vaststelling of die nummers overeenkomen. B Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

a.

  1. In afwijking van artikel 4 wordt, indien bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het opnemen van telecommunicatie, bedoeld in de artikelen 126m, 126t en 126zg van het Wetboek van Strafvordering, een nummer wordt herkend dat in overeenstemming met het tweede lid is aangemeld, het opnemen van de communicatie onmiddellijk beëindigd en worden uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 126n, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering verwerkt. Indien communicatie is opgenomen voordat het nummer is herkend, worden de voorwerpen die deze communicatie behelzen onmiddellijk langs geautomatiseerde weg vernietigd. 2. Uitsluitend de in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen nummers kunnen door de orde langs geautomatiseerde weg worden aangemeld bij de in de bijlage aangewezen eenheid van het Korps landelijke politiediensten, ten behoeve van nummerherkenning. De aangemelde nummers worden vernietigd zodra deze niet meer nodig zijn voor dit doel. 3. De korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten legt gegevens vast over de raadpleging en de vernietiging van de door de orde ten behoeve van nummerherkenning aangemelde nummers. De vastgelegde gegevens worden drie jaar bewaard na de datum van de vastlegging, en vervolgens vernietigd. C Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. Met vernietiging van de gegevens, bedoeld in artikel 4a, derde lid, staat gelijk het op zodanige wijze bewerken van de gegevens dat deze niet meer kenbaar zijn.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot 's-Gravenhage, 8 augustus 2011 Beatrix De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

Uitgegeven de negentiende augustus 2011 De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

Bijlage behorende bij artikel 4a van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken

  1. In deze bijlage wordt verstaan onder: a. advocaat:

    de natuurlijke persoon die als advocaat is ingeschreven bij de rechtbank van het arrondissement, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Advocatenwet, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h, van de Advocatenwet; b. zakelijk gebruik:

    de dienstverlening als advocaat; c. advocaat in dienstbetrekking:

    de advocaat die de praktijk uitoefent in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, e en f, alsmede het tweede lid van de verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking; d. niet-geheimhouder:

    een beroepsbeoefenaar voor wie geen verschoningsrecht of een van een verschoningsgerechtigde afgeleid verschoningsrecht geldt; e. bundelnummer:

    het nummer dat op signaleringsniveau aan gesprekken via een uitgaande telefoonlijn wordt meegegeven en dat wordt bepaald in de telefooncentrale van het advocatenkantoor dan wel de nummercentrale van een aanbieder van een communicatiedienst. 2. In deze bijlage worden als nummer, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van het besluit, aangewezen de volgende nummers: A. De orde kan namens een advocaat de volgende nummers opgeven: a. het doorkiesnummer van zijn vaste telefoon; b. het nummer van zijn mobiele telefoon; c. het doorkiesnummer van het faxapparaat, dat alleen door de advocaat, andere geheimhouders of personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht wordt gebruikt; d. het doorkiesnummer van de secretaresse van de advocaat die een van hem afgeleid verschoningsrecht heeft; e. het nummer van een vaste (afzonderlijke) telefoonaansluiting in het woonhuis van de advocaat, voorzover deze aansluiting alleen voor zakelijk gebruik is bestemd en wordt gebruikt, en de advocaat een andere (vaste) aansluiting heeft die voor privégebruik is bestemd en wordt gebruikt. B. De orde kan namens een advocaat, niet zijnde een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders of een advocaat in dienstbetrekking, aanvullend de volgende nummers opgeven: a. het (vaste) algemene nummer(s) van zijn kantoor; b. het algemene faxnummer van zijn kantoor; c. het bundelnummer(s); d. het doorkiesnummer van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht, te weten: paralegals, studentstagiaires en medewerkers van de financiële administratie. C. De orde kan namens een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders, niet zijnde een advocaat in dienstbetrekking, aanvullend de volgende nummers opgeven: a. het doorkiesnummer van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht, te weten paralegals en studentstagiaires; b. indien in de telefooncentrale scheiding tussen geheimhouders en niet-geheimhouders op het niveau van bundelnummers is gerealiseerd, het (IDSN)bundelnummer waar uitsluitend geheimhouders en personen met een afgeleid verschoningsrecht van gebruik maken. 3. In deze bijlage wordt als de eenheid, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van het besluit aangewezen de unit landelijke interceptie van het Korps landelijke politiediensten.

    NOTA VAN TOELICHTING

    Algemeen

    Deze wijziging van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken strekt ertoe het besluit aan te vullen met een regeling voor het vernietigen van mededelingen van geheimhouders bij de toepassing van de bevoegdheid tot het opnemen van telecommunicatie. De aanpassing betreft het opnemen van communicatie die door middel van een telefoon of een faxapparaat plaatsvindt, en waar een advocaat als geheimhouder bij betrokken is. De regeling houdt in dat indien de advocaat gebruik maakt van een nummer dat overeenkomstig de regeling is aangemeld, dit nummer door middel van een geautomatiseerd systeem wordt herkend, waarna het opnemen van de communicatie onmiddellijk wordt beëindigd en mogelijk opgenomen communicatie wordt vernietigd. Met dit besluit wordt toepassing van dit systeem van nummerherkenning mogelijk.

  2. Inleiding

    1.1. De huidige regeling

    Met de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden, die op 1 februari 2000 in werking is getreden, is artikel 126aa in het Wetboek van Strafvordering opgenomen. Dit artikel verplicht de officier van justitie om de processen-verbaal en andere voorwerpen, waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door de uitoefening van een bijzondere opsporingsbevoegdheid, bij de processtukken te voegen. In dit artikel is tevens bepaald dat voor zover processen-verbaal of andere voorwerpen mededelingen behelzen gedaan door of aan een persoon die zich op grond van artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering kan verschonen, deze processen-verbaal en andere voorwerpen worden vernietigd (artikel 126aa, tweede lid, Sv). De ratio van deze beperking is dat het verschoningsrecht anders illusoir zou worden1.

    In artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering is het verschoningsrecht vastgelegd. Dit recht beoogt het zwaarwegende belang te beschermen dat een ieder de mogelijkheid heeft om zich vrijelijk en zonder vrees van openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot de professioneel verschoningsgerechtigden te kunnen wenden2. Aan advocaten komt in ieder geval het verschoningsrecht toe, voorzover het informatie betreft die de advocaat in diens hoedanigheid van advocaat ter kennis is gekomen.

    In het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken is uitwerking gegeven aan de regeling van artikel 126aa van het Wetboek van Strafvordering. De opsporingsambtenaar die door de uitoefening van een van de bijzondere opsporingsbevoegdheden, genoemd in de Titels IVa tot en met Va van het Wetboek van Strafvordering, kennisneemt van mededelingen waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze zijn gedaan door of aan een geheimhouder, stelt hiervan de officier van justitie onverwijld in kennis. Als de officier van justitie vaststelt dat de mededelingen onder het verschoningsrecht vallen, dan beveelt hij terstond de vernietiging van de processen-verbaal en andere voorwerpen, voor zover zij deze mededelingen behelzen3.

    Een belangrijke bron voor het verzamelen van informatie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten betreft het aftappen van telecommunicatie, ook wel interceptie genoemd. De artikelen 126m, 126t en 126zg van het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT