Waterwet

Oorspronkelijke versie:<a href='/vid/waterwet-759161077'>Waterwet</a>
 
GRATIS UITTREKSEL

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Wet van 29 januari 2009, houdende regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterwet)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de overheid zich bij de zorg voor de bewoonbaarheid van het land alsmede de bescherming en verbetering van het milieu, waar die zorg gestalte krijgt in het waterbeheer, voor grote opgaven gesteld ziet, en dat het met het oog op een doeltreffende en doelmatige aanpak van het waterbeheer wenselijk is om het wettelijke instrumentarium te stroomlijnen en te moderniseren en daarbij het integraal beheer van watersystemen centraal te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1.1
  • 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

    • beheer: overheidszorg met betrekking tot een of meer afzonderlijke watersystemen of onderdelen daarvan, gericht op de in artikel 2.1 genoemde doelstellingen;

    • beheerder: bevoegd bestuursorgaan van het overheidslichaam dat belast is met beheer;

    • bergingsgebied: krachtens de Wet ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen;

    • beschermingszone: aan een waterstaatswerkgrenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden;

    • bevoegd gezag: tot verlening van een watervergunning bevoegd bestuursorgaan, in voorkomend geval met toepassing van artikel 6.17;

    • buitenwater: water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, dan wel bij een combinatie daarvan, alsmede het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren;

    • deltafonds: fonds, bedoeld in artikel 7.22a;

    • deltaprogramma: programma, bedoeld in artikel 4.9;

    • dijktraject: gedeelte van een primaire waterkering dat afzonderlijk genormeerd is;

    • faalkans: kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor de hydraulische belasting op een achterliggend dijktraject substantieel wordt verhoogd;

    • grondwater: water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen;

    • grondwaterlichaam: samenhangende grondwatermassa;

    • infiltreren van water: in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater;

    • kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327);

    • legger: legger als bedoeld in artikel 5.1;

    • onttrekken van grondwater: onttrekken van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting;

    • onttrekkingsinrichting: inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater;

    • Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

    • Onze Ministers: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu tezamen met Onze Minister van Economische Zaken, ieder voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren;

    • openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;

    • oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna;

    • overstromingskans: kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade;

    • primaire waterkering: waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming door buitenwater;

    • regionale wateren: watersystemen of onderdelen daarvan die niet in beheer zijn bij het Rijk;

    • rijkswateren: watersystemen of onderdelen daarvan die in beheer zijn bij het Rijk;

    • stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater;

    • stroomgebiedbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 13 van de kaderrichtlijn water;

    • stroomgebieddistrict: gebied als bedoeld in artikel 2, onderdeel 15, van de kaderrichtlijn water;

    • VN-Zeerechtverdrag: het op 10 december 1982 te Montego-Bay totstandgekomen Verdrag inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83);

    • waterbeheer: de overheidszorg die is gericht op de in artikel 2.1 genoemde doelstellingen;

    • waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk;

    • watersysteem: samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken;

    • watervergunning: vergunning als bedoeld in de artikelen 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.13, 6.18 of 6.19;

    • zee: mariene wateren, met uitzondering van de binnenwateren van staten, met inbegrip van de zeebodem en ondergrond daarvan;

    • zuiveringtechnisch werk: werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij een waterschap of gemeente, dan wel een rechtspersoon die door het bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, met inbegrip van het bij dat werk behorende werk voor het transport van stedelijk afvalwater.

  • 2 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onttrekkingsinrichtingen die een samenhangend geheel vormen, als één onttrekkingsinrichting aangemerkt.

  • 3 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen ten aanzien van de zee wordt onder oppervlaktewaterlichaam mede begrepen de ondergrond van de zeebodem.

§ 2. Geografische bepalingen
Artikel 1.2
  • 1 Voor de toepassing van het begrip stroomgebieddistrict in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het Nederlandse grondgebied ingedeeld in de op Nederlands grondgebied gelegen delen van de stroomgebieddistricten Eems, Maas, Rijn en Schelde. Onder het Nederlandse grondgebied wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen mede verstaan de territoriale zee, voor zover die is gelegen aan de landzijde van de lijn waarvan elk punt zich bevindt op een afstand van een internationale zeemijl, gemeten zeewaarts vanaf de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 1 van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee of de basislijn, bedoeld in artikel 2 van die wet.

  • 2 De onderlinge grenzen van de Nederlandse delen van de stroomgebieddistricten worden vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Daarbij wordt tevens voorzien in de toedeling van de grondwaterlichamen aan de stroomgebieddistricten.

  • 3 Bij de voorbereiding van de maatregel horen Onze Ministers gedeputeerde staten van de betrokken provincies en de beheerders alsmede de bevoegde autoriteiten van de andere staten in het stroomgebieddistrict.

Artikel 1.3
  • 1 De primaire waterkeringen en de dijktrajecten worden aangegeven op de landkaarten in bijlage I.

  • 2 Een dijktraject wordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn opgenomen in bijlage IA.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde bijlage kan worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur. Bij de voorbereiding van de maatregel worden gedeputeerde staten en beheerders die bevoegd zijn voor de betreffende primaire waterkeringen gehoord.

  • 4 Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid treedt niet eerder in werking dan drie maanden na de datum waarop deze aan beide Kamers der Staten-Generaal is toegezonden.

Artikel 1.4

Deze wet is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone.

Hoofdstuk 2. Doelstellingen en normen
§ 1. Doelstellingen
Artikel 2.1
  • 1 De toepassing van deze wet is gericht op:

    • a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met

    • b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en

    • c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

  • 2 De toepassing van deze wet is mede gericht op andere doelstellingen dan genoemd in het eerste lid, voor zover dat elders in deze wet is bepaald.

§ 2. Normen waterkering
Artikel 2.2
  • 1 In de bij deze wet behorende bijlage II wordt voor elk dijktraject, met uitzondering van dijktraject 16-5, vermeld in bijlage I, een signaleringswaarde vastgesteld.

    De signaleringswaarde is voor:

    • a. een dijktraject, niet zijnde een dijktraject als bedoeld in onderdeel b, de overstromingskans per jaar waarvan overschrijding op grond van artikel 2.12, vijfde lid, wordt gemeld aan Onze Minister;

    • b. de dijktrajecten 201, 204a, 204b, 206, 208 tot en met 212, 214 tot en met 219 en 222 tot en met 225, vermeld in bijlage I, de faalkans per jaar waarvan overschrijding op grond van artikel 2.12, vijfde lid, wordt gemeld aan Onze Minister.

  • 2 In de bij deze wet behorende bijlage III wordt voor elk dijktraject een ondergrens vastgesteld.

    De ondergrens is voor:

    • a. een dijktraject als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, onderdeel a, de overstromingskans per jaar waarop het dijktraject ten minste berekend moet zijn;

    • b. een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT