Wet algemene bepalingen burgerservicenummer

Abbreviated labelGeen
CourtBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Geldend van 28-07-2018 t/m heden

Wet van 21 juli 2007, houdende algemene bepalingen betreffende de toekenning, het beheer en het gebruik van het burgerservicenummer (Wet algemene bepalingen burgerservicenummer)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is algemene regels te stellen in verband met de invoering van een uniek persoonsnummer teneinde de doelmatigheid van de administraties van de overheid en enige andere sectoren te vergroten en de dienstverlening aan de burger te verbeteren, een en ander met inachtneming van de eisen die daaraan behoren te worden gesteld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. burgerservicenummer: het als zodanig overeenkomstig deze wet aan een natuurlijke persoon toegekend nummer;

  • c. overheidsorgaan:

    • 1°. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

    • 2°. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed;

  • d. gebruiker:

    • 1°. een overheidsorgaan;

    • 2°. ieder ander dan een overheidsorgaan of degene aan wie het burgerservicenummer is toegekend, voor zover deze werkzaamheden verricht waarbij het gebruik door hem of haar van het burgerservicenummer bij of krachtens de wet is voorgeschreven;

  • e. beheervoorziening: de beheervoorziening, bedoeld in artikel 3;

  • f. nummerregister: het nummerregister dat deel uitmaakt van de beheervoorziening.

Artikel 2

Het burgerservicenummer bevat geen informatie over de persoon aan wie het is toegekend.

Hoofdstuk 2. Nummerbeheer
Paragraaf 1. De beheervoorziening
Artikel 3
  • 1 Onze Minister draagt zorg voor de inrichting en de instandhouding van een beheervoorziening, waarvan deel uitmaken:

    • a. voorzieningen met behulp waarvan nummers die als burgerservicenummer kunnen worden toegekend, worden aangemaakt en ter beschikking worden gesteld;

    • b. het nummerregister;

    • c. voorzieningen met behulp waarvan het nummerregister kan worden geraadpleegd;

    • d. voorzieningen met behulp waarvan de daartoe bestemde registraties kunnen worden geraadpleegd teneinde na te gaan:

      • 1°. of aan een bepaalde persoon reeds een burgerservicenummer is toegekend en zo ja, welk burgerservicenummer;

      • 2°. aan welke persoon een bepaald burgerservicenummer is toegekend;

      • 3°. of het Nederlandse document, met behulp waarvan een persoon zich identificeert, een document is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 4°, van de Wet op de identificatieplicht.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inrichting, de instandhouding, de werking en de beveiliging van de beheervoorziening.

Paragraaf 2. Het nummerregister
Artikel 4
  • 1 Het nummerregister bevat:

    • a. de aangemaakte nummers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, en

    • b. de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen administratieve gegevens, die op deze nummers betrekking hebben.

  • 2 Bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden tevens regels gesteld omtrent het opnemen, wijzigen en verwijderen van de administratieve gegevens.

Artikel 5
  • 1 Een college van burgemeester en wethouders verschaft Onze Minister onverwijld de inlichtingen omtrent de toekenning, die voor de bijhouding van het nummerregister van belang zijn.

  • 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.

Artikel 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen verplichtingen worden geregeld van overheidsorganen om aan Onze Minister de inlichtingen te verschaffen die voor de bijhouding van het nummerregister van belang zijn.

Hoofdstuk 3. Aanmaken en toekennen van burgerservicenummers
Artikel 7

Onze Minister draagt er zorg voor dat een nummer dat als burgerservicenummer kan worden toegekend slechts éénmaal wordt aangemaakt en ter beschikking gesteld aan een bestuursorgaan dat bevoegd is het nummer toe te kennen.

Artikel 8
  • 1 Het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk Onze Minister, kent onmiddellijk na de inschrijving van een persoon als ingezetene, onderscheidenlijk niet-ingezetene, in de basisregistratie personen, aan de ingeschrevene een burgerservicenummer toe, tenzij aan hem reeds een burgerservicenummer is toegekend.

  • 2 Het burgerservicenummer wordt toegekend uit de nummers die op grond van artikel 7 ter beschikking zijn gesteld.

  • 3 Een burgerservicenummer wordt foutloos en slechts éénmaal toegekend.

  • 4 In verband met de uitvoering van dit artikel maakt het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent, gebruik van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, d en e.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de uitvoering van dit artikel, waaronder regels betreffende de verplichtingen van overheidsorganen om gegevens te verstrekken die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. De maatregel bepaalt in ieder geval welke gegevens in verband met de uitvoering van dit artikel worden verstrekt aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent.

Artikel 9
  • 1 Het bestuursorgaan dat een burgerservicenummer heeft toegekend, stelt degene aan wie het nummer is toegekend daarvan binnen vier weken na de toekenning in kennis onder vermelding van het desbetreffende burgerservicenummer.

  • 2 Bij minderjarigen jonger dan 16 jaar en bij onder curatele gestelden geschiedt de kennisgeving aan de ouders, voogden of verzorgers, onderscheidenlijk aan de curator.

  • 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.

Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen betreffende het gebruik van het burgerservicenummer en de beheervoorziening
Paragraaf 1. Het gebruik van het burgerservicenummer
Artikel 10

Overheidsorganen kunnen bij het verwerken van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van hun taak gebruik maken van het burgerservicenummer, met inachtneming van hetgeen bij of krachtens dit hoofdstuk is bepaald.

Artikel 11
  • 1 Bij het uitwisselen van persoonsgegevens tussen gebruikers onderling, waarbij een persoonsnummer wordt gebruikt als middel om persoonsgegevens in verband te brengen met een persoon aan wie een burgerservicenummer is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT