Wet fiscale maatregel rijksmonumenten

 
GRATIS UITTREKSEL

Wet van 19 december 2018 tot wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 met het oog op afschaffing van de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden (Wet fiscale maatregel rijksmonumenten)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat omzetting van de huidige fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden in een niet-fiscale uitgavenregeling een effectievere en doelmatigere inzet van budgettaire middelen mogelijk maakt; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 3.139 vervalt onderdeel d, onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel d. B In artikel 6.1, tweede lid, vervalt onderdeel g. C Afdeling 6.8 vervalt. D In artikel 7.2, eerste lid, vervalt: en verminderd, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 6.2, 6.2a en 6.31, met uitgaven voor monumentenpanden. E In artikel 7.5, eerste lid, eerste volzin, vervalt: en verminderd, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 6.2, 6.2a en 6.31, met uitgaven voor monumentenpanden. F In artikel 7.7, eerste lid, eerste volzin, vervalt: en verminderd, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 6.2, 6.2a en 6.31, met uitgaven voor monumentenpanden. G Artikel 7.8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt «naast de uitgaven voor monumentenpanden ook de andere persoonsgebonden aftrekposten» vervangen door: de persoonsgebonden aftrekposten. 2. In het derde lid, onderdeel a, wordt «naast de uitgaven voor monumentenpanden ook de andere persoonsgebonden aftrekposten» vervangen door: de persoonsgebonden aftrekposten. H Na artikel 10a.19 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a.20 Overgangsbepaling teruggave van of nagekomen betaling ter zake van uitgaven voor monumentenpanden

Artikel 3.139, onderdeel d, zoals dat luidde op 31 december 2018, blijft van toepassing met betrekking tot hetgeen wordt ontvangen als teruggave van of nagekomen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT