Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

Oorspronkelijke versie:<a href='/vid/wet-op-inlichtingen-veiligheidsdiensten-759167117'>Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017</a>
 
GRATIS UITTREKSEL

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Wet van 26 juli 2017, houdende regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen met betrekking de taken en bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het kader van de nationale veiligheid, de coördinatie van de taakuitvoering van deze diensten, de verwerking van gegevens door deze diensten, de nationale en internationale samenwerking van deze diensten, de uitoefening van het toezicht en de behandeling van klachten en de geheimhouding, alsmede in verband daarmee enkele wetten te wijzigen en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 te vervangen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. dienst: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

  • b. coördinator: de functionaris, bedoeld in artikel 4;

  • c. Onze betrokken Minister:

    • 1°. ten aanzien van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    • 2°. ten aanzien van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: Onze Minister van Defensie;

    • 3°. ten aanzien van de coördinator: Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

  • d. gegevens: persoonsgegevens en andere gegevens;

  • e. persoonsgegevens: gegevens die betrekking hebben op een identificeerbare of geïdentificeerde, individuele natuurlijke persoon;

  • f. gegevensverwerking of verwerking van gegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot gegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;

  • g. commissie van toezicht: de commissie, bedoeld in artikel 97;

  • h. toetsingscommissie: de commissie, bedoeld in artikel 32.

Artikel 2

De diensten en de coördinator verrichten hun taak in gebondenheid aan de wet en in ondergeschiktheid aan Onze betrokken Minister.

Hoofdstuk 2. De diensten en de coördinatie tussen de diensten
Paragraaf 2.1. De coördinatie van de taakuitvoering door de diensten
Artikel 3
  • 1 Onze betrokken Ministers plegen regelmatig onderling overleg over hun beleid betreffende de diensten en de coördinatie van dat beleid.

  • 2 Voor zover het overleg, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de wijze waarop door de diensten invulling wordt gegeven aan de taken als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a en d, en artikel 10, tweede lid, onder a, c en e, worden bij het overleg ook Onze Ministers van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie betrokken.

  • 3 Andere dan Onze betrokken Ministers worden voor deelname aan het overleg uitgenodigd, indien dit, gelet op de door hen te behartigen belangen, noodzakelijk is.

Artikel 4
  • 1 Er is een coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

  • 2 De coördinator wordt op gemeenschappelijke voordracht van Onze betrokken Ministers bij koninklijk besluit benoemd.

  • 3 De coördinator heeft tot taak om overeenkomstig de aanwijzingen van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met Onze overige betrokken Ministers:

    • a. het in artikel 3 bedoelde overleg voor te bereiden;

    • b. de uitvoering van de taken van de diensten te coördineren.

  • 4 De coördinator stelt Onze betrokken Ministers in kennis van al hetgeen van belang kan zijn.

  • 5 De coördinator beschikt ter ondersteuning van zijn werkzaamheden over een secretariaat.

  • 6 Op de verwerking van gegevens door de coördinator is hoofdstuk 3 met uitzondering van paragraaf 3.2.5, alsmede hoofdstuk 5 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5
  • 1 Er is een Commissie Veiligheids- en Inlichtingendiensten Nederland.

  • 2 De commissie bestaat uit door Onze Minister die het aangaat aangewezen vertegenwoordigers dan wel hun aangewezen plaatsvervangers van het ministerie van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Vertegenwoordigers van andere ministeries kunnen voor deelname worden uitgenodigd, indien dit, gelet op de door hen te behartigen belangen, noodzakelijk is.

  • 3 De commissie staat onder voorzitterschap van de coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

  • 4 De commissie heeft in ieder geval tot taak:

    • a. het jaarlijks in kaart brengen van de inlichtingenbehoefte van Onze Ministers, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, in relatie tot de aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst onderscheidenlijk Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst opgedragen taken als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a en d, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, onder a, c en e alsmede het wegen en prioriteren van de vastgestelde behoefte aan inlichtingen;

    • b. het ten behoeve van besluitvorming door Onze betrokken Ministers gezamenlijk op basis van de inventarisatie, bedoeld onder a, opstellen van een voorstel voor een geïntegreerde aanwijzing, welke bestaat uit:

      • i. de onderzoeken die verricht dienen te worden, uitgewerkt naar thema, en de onderzoeksplanning;

      • ii. de prioritering met betrekking tot de onderzoeken.

    • c. het op regelmatige basis, ten minste eenmaal per vier maanden, voeren van overleg over de voortgang in de uitvoering van de door Onze betrokken Ministers gezamenlijk vastgestelde geïntegreerde aanwijzing en het doen van voorstellen tot aanpassing van de inlichtingenbehoefte en de prioritering.

  • 5 Bij besluit van Onze betrokken Ministers gezamenlijk kunnen andere taken aan de commissie worden opgedragen. Het besluit wordt in de Staatscourant geplaatst.

Artikel 6
  • 1 Onze betrokken Ministers gezamenlijk stellen de geïntegreerde aanwijzing voor de uitvoering van de in artikel 8, tweede lid, onder a en d, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, onder a, c en e bedoelde taken vast. De geïntegreerde aanwijzing heeft een looptijd van vier jaren.

  • 2 Onze betrokken Ministers bezien jaarlijks aan de hand van voorstellen van de commissie als bedoeld in artikel 5 of de geïntegreerde aanwijzing aanpassing behoeft.

  • 3 De vaststelling van de geïntegreerde aanwijzing alsmede daarop aan te brengen aanpassingen geschiedt niet dan nadat ter zake overleg is gevoerd met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie.

Artikel 7

De hoofden van de diensten alsmede de vertegenwoordigers in de commissie, bedoeld in artikel 5, verlenen de coördinator medewerking voor de uitoefening van zijn taak. Zij verschaffen hem daartoe alle nodige inlichtingen.

Paragraaf 2.2. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
Artikel 8
  • 1 Er is een Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

  • 2 De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft in het belang van de nationale veiligheid tot taak:

    • a. het verrichten van onderzoek met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat;

    • b. het verrichten van veiligheidsonderzoeken als bedoeld in de Wet veiligheidsonderzoeken;

    • c. het bevorderen van maatregelen ter bescherming van de onder a genoemde belangen, waaronder begrepen maatregelen ter beveiliging van gegevens waarvan de geheimhouding door de nationale veiligheid wordt geboden en van die onderdelen van de overheidsdienst en van het bedrijfsleven die naar het oordeel van Onze ter zake verantwoordelijke Ministers van vitaal belang zijn voor de instandhouding van het maatschappelijk leven;

    • d. het verrichten van onderzoek betreffende andere landen;

    • e. het opstellen van dreigings- en risicoanalyses op verzoek van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk ten behoeve van de beveiliging van de personen, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, onderdeel b, en 42, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012 en de bewaking en de beveiliging van de objecten en de diensten die zijn aangewezen op grond van artikel 16 van die wet;

    • f. het op een daartoe strekkend verzoek van een bij regeling van Onze betrokken Ministers gezamenlijk aangewezen persoon of instantie doen van mededeling omtrent door de dienst verwerkte gegevens omtrent personen of instanties in bij die regeling aangewezen gevallen.

Artikel 9
  • 1 De dreigings- en risicoanalyses, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel e, worden opgesteld naar aanleiding van gegevens die worden verstrekt door:

    • a. de personen, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, onder b, en 42, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012;

    • b. degenen die belast zijn met de behartiging van de belangen van de personen, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, onder b, en 42, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012;

    • c. degenen die belast zijn met de behartiging van de belangen van de objecten of de diensten, die zijn aangewezen op grond van artikel 16 van de Politiewet 2012;

    • d. de diensten;

    • e. de politie; of

    • f. het openbaar ministerie.

  • 2 De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst is slechts bevoegd gegevens te verzamelen ten behoeve van het opstellen van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT