Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Abbreviated labelSUWI
CourtSociale Zaken en Werkgelegenheid

Geldend van 01-04-2020 t/m heden

Wet van 29 november 2001, houdende regels tot vaststelling van een structuur voor de uitvoering van taken met betrekking tot de arbeidsvoorziening en socialeverzekeringswetten (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie van de uitvoering van de taken van de overheid met betrekking tot de arbeidsvoorziening en de uitvoering van de werknemersverzekeringen te wijzigen, zulks mede ter bevordering van de inschakeling van werkzoekenden in het arbeidsproces, en daartoe – onder intrekking van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 – één nieuwe wet vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1. Algemene begrippen
  • 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming en wordt onder verwerking, verwerkingsverantwoordelijke en verwerker verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, onderdelen 2, 7 en 8, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen
Artikel 2. Instelling Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
  • 1 Er is een Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat belast is met de taken, bedoeld in hoofdstuk 5.

  • 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft rechtspersoonlijkheid en heeft zijn zetel op een door Onze Minister te bepalen plaats.

Artikel 3. Instelling Sociale verzekeringsbank
  • 1 Er is een Sociale verzekeringsbank, die belast is met de taken, bedoeld in hoofdstuk 6.

  • 2 De Sociale verzekeringsbank heeft rechtspersoonlijkheid en heeft haar zetel op een door Onze Minister te bepalen plaats.

Artikel 4. Toepassing Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
  • 1 De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, met uitzondering van artikel 15 van die wet.

Artikel 5. Andere werkzaamheden
  • 1 Een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om andere werkzaamheden te verrichten dan de uitvoering van de in hoofdstuk 5 of 6 bedoelde taken behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 2 De goedkeuring kan, onverminderd artikel 79, worden onthouden op de grond dat de uitvoering van de andere werkzaamheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank een goede taakuitoefening door het bestuursorgaan kan belemmeren.

  • 3 Onze Minister kan bij de goedkeuring verplichtingen opleggen in verband met de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Het eerste lid is niet van toepassing op een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om in het kader van de samenwerking, bedoeld in artikel 9, werkzaamheden uit te voeren voor elkaar of voor de colleges van burgemeester en wethouders, indien het de uitvoering van werkzaamheden op grond van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde wetten betreft, respectievelijk elkaar bij te staan bij de uitvoering van taken, mits het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank, dit binnen een redelijke termijn meldt bij Onze Minister.

  • 5 Onze Minister kan bepalen dat de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het vierde lid door het betrokken bestuursorgaan wordt beëindigd.

  • 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over dit artikel.

Artikel 6. Raden van bestuur
  • 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank hebben elk een Raad van bestuur die met de dagelijkse leiding is belast.

  • 2 Een Raad van bestuur bestaat uit een door Onze Minister te bepalen aantal leden, onder wie de voorzitter.

  • 3 Onze Minister bepaalt de periode van benoeming van de leden van een Raad van bestuur en kan ook de mogelijkheid van hun herbenoeming regelen.

  • 4 Onze Minister stelt de rechtspositie van de leden van de Raad van bestuur vast.

  • 5 De Raad van bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn opgedragen.

  • 6 Een Raad van bestuur stelt een bestuursreglement vast.

Artikel 7. Cliëntenparticipatie
  • 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen elk een regeling vast die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie op centraal niveau bij de uitvoering van hun wettelijke taken. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regelt, na overleg met de personen en vertegenwoordigers, bedoeld in het tweede lid, in deze regeling tevens de cliëntenparticipatie op decentraal niveau.

  • 2 In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op het centrale niveau voorzien in overleg met personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen. Dit overleg vindt periodiek plaats, doch ten minste twee maal per jaar.

  • 3 In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde personen of vertegenwoordigers:

    • a. onderwerpen voor de agenda van het overleg, bedoeld in het tweede lid, kunnen aanmelden;

    • b. voorzien worden van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie;

    • c. betrokken worden bij de totstandkoming van de planning, begroting en verslaglegging, bedoeld in hoofdstuk 8;

    • d. gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren over de uitvoering van de wettelijke taken van het betrokken bestuursorgaan;

    • e. in staat gesteld worden op een adequate manier aan het overleg deel te nemen, waarbij ten minste aandacht besteed wordt aan logistieke faciliteiten, onkostenvergoedingen en deskundigheidsbevordering;

    • f. beschermd worden tegen benadeling in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT