Wet van 12 februari 2020 tot wijziging van de verschillende wetten op met name het terrein van onderwijs, cultuur en media in verband met voornamelijk wetstechnische en redactionele verbeteringen (Verzamelwet OCW 2020)

 
GRATIS UITTREKSEL

Wet van 12 februari 2020 tot wijziging van de verschillende wetten op met name het terrein van onderwijs, cultuur en media in verband met voornamelijk wetstechnische en redactionele verbeteringen (Verzamelwet OCW 2020)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om op gebundelde wijze diverse vooral wetstechnische en redactionele wijzigingen aan te brengen in met name de wetten die onder de verantwoordelijkheid vallen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

In artikel 2 van bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in de zinsnede over de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek «5a.9, 5a.11, 5a.12b, 5.13d, 5a.13e, tweede en zesde lid, 5a.13f, 5a.13g,» vervangen door «5.8, eerste lid, 5.9, eerste en tweede lid, 5.16, eerste en derde lid, 5.17, 5.18, 5.19, eerste, tweede en derde lid, 5.20, eerste lid, 5.26, eerste lid, 5.27, eerste en tweede lid, 5.29, eerste lid,».

ARTIKEL II. EXPERIMENTENWET ONDERWIJS

De Experimentenwet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1 wordt als volgt gewijzigd:1. De begripsbepaling van «Onze Minister» komt te luiden: «Onze Minister»:

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;.2. De begripsomschrijving van «het bevoegd gezag» wordt als volgt gewijzigd: a. Onderdeel a vervalt. b. De onderdelen b, c en d worden verletterd tot a, b en c. c. In onderdeel c (nieuw) wordt de slotpunt vervangen door een puntkomma. BIn de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7c wordt «Onze minister» telkens vervangen door «Onze Minister».

ARTIKEL III. EXPERIMENTENWET VOOROPLEIDINGSEISEN, SELECTIE EN COLLEGEGELDHEFFING

De Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 4, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel a wordt de komma aan het slot vervangen door «; en». b. In onderdeel b wordt «, en» vervangen door een punt. c. Onderdeel c vervalt. BArtikel 12 vervalt.

ARTIKEL IV. LEERPLICHTWET 1969

De Leerplichtwet 1969 wordt als volgt gewijzigd:AIn de artikelen 1, 1a en 1d wordt «Onze minister» telkens vervangen door «Onze Minister».BIn artikel 10 wordt in het opschrift «Afschrijving» vervangen door «Uitschrijving» en in de aanhef wordt «afgevoerd» vervangen door «uitgeschreven:». CIn artikel 17 wordt «Onze minister» vervangen door «Onze Minister».DIn artikel 18 wordt in het opschrift «afschrijvingen» vervangen door «uitschrijvingen» en wordt in het eerste lid «afschrijving» vervangen door «uitschrijving». EIn het opschrift van artikel 18a wordt «afschrijving» vervangen door «uitschrijving».FIn de artikelen 21a en 25 wordt «Onze minister» telkens vervangen door «Onze Minister».GIn artikel 27 wordt «Onze minister» vervangen door «Onze Minister» en vervalt «dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,» HIn artikel 29, eerste lid, wordt «Onze minister» vervangen door «Onze Minister».

ARTIKEL V. LEERPLICHTWET BES

De Leerplichtwet BES wordt als volgt gewijzigd:AIn artikel 19 wordt in het opschrift «Afschrijving» vervangen door «Uitschrijving» en in de aanhef wordt «afgevoerd» vervangen door «uitgeschreven:». BIn artikel 31 wordt in het opschrift «afschrijvingen» vervangen door «uitschrijvingen» en wordt in het eerste lid «afschrijving» vervangen door «uitschrijving». CIn artikel 39 wordt «Onze minister» vervangen door «Onze Minister».

ARTIKEL VI. LES- EN CURSUSGELDWET

De Les- en cursusgeldwet wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1, onderdeel d, komt te luiden:d. Onze Minister:

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;.BArtikel 5b vervalt.CIn de artikelen 7 en 8 wordt «Onze minister» telkens vervangen door «Onze Minister».

ARTIKEL VII. MEDIAWET 2008

De Mediawet 2008 wordt als volgt gewijzigd:ANa artikel 2.170b worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2.170c

1. Het overlegorgaan, bedoeld in artikel 2.146, onderdeel l, dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in bij Onze Minister. 2. Het overlegorgaan dient jaarlijks vóór 1 mei een jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar in bij Onze Minister.

Artikel 2.170d

1. Onze Minister stelt uit de rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster aan het overlegorgaan, bedoeld in artikel 2.146, onderdeel l, een bijdrage in de kosten ter beschikking. 2. Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen voorschriften verbinden. 3. Als het overlegorgaan niet voldoet aan artikel 2.170c of indien hij de aan een besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen verbonden voorschriften niet naleeft, kan Onze Minister: a. de beschikking waarbij de desbetreffende instelling is aangewezen, intrekken; of b. het besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen intrekken of wijzigen. BIn artikel 7.11, eerste lid, onderdeel a, wordt voor «2.180 tot en met 2.187,» ingevoegd «2.170c, 2.170d,».

ARTIKEL VIII. PARTICIPATIEWET

In artikel 64, eerste lid, onder i, van de Participatiewet vervalt «en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken».

ARTIKEL IX. WET ACCREDITATIE OP MAAT

De artikelen I, onderdeel O, VI, en IX, onderdelen A, onder r en y, en B, van de Wet accreditatie op maat vervallen.

ARTIKEL X. WET BEHEERSING HUISVESTINGSVOORZIENINGEN K.O.-L.O.

De Wet beheersing huisvestingsvoorzieningen k.o.-l.o. wordt ingetrokken.

ARTIKEL XI. WET COLLEGE VOOR TOETSEN EN EXAMENS

Artikel 1 van de Wet College voor toetsen en examens wordt als volgt gewijzigd:1. In de begripsomschrijving van «Cito» wordt «artikel 12 van de Wet subsidiëring landelijke ondersteunende activiteiten» vervangen door «artikel 3 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013». 2. In de begripsomschrijving van «Onze Minister» vervalt «en wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Economische Zaken».

ARTIKEL XII. WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS

De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt als volgt gewijzigd:AIn artikel 1.1.1, onder a, vervalt «en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken». BArtikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 6°, komt te luiden:6°. een op grond van artikel 4.2.1a gelijkgesteld buitenlands getuigschrift of diploma, of. CNa artikel 4.2.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.2.1a. Gelijkstelling buitenlandse getuigschriften

Onze Minister kan aan een persoon die in het bezit is van een buiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland behaald bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond voor het docentschap, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, of voor het verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, de bevoegdheid tot het geven van beroepsonderwijs onderscheidenlijk het verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden verlenen. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen. DIn artikel 4.2.2, eerste lid, onderdeel c, wordt «Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, of» vervangen door «Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, dan wel de bevoegdheidsverlening als bedoeld in artikel 4.2.1a, of» ENa artikel 4.2.3a worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 4.2.3b. Overgangsrecht geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs en verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden daarvoor

1. Degene die op 31 juli 2017 voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan een instelling is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming, alsmede degene die eerder al voor het geven van dat onderwijs benoemd is geweest of tewerkgesteld zonder benoeming, voldoet aan de bekwaamheidseisen voor het geven van dat onderwijs. 2. Degene die binnen een periode van vijf jaren gerekend vanaf 1 augustus 2017 voor de eerste keer wordt benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan een instelling, dient binnen een periode van vijf jaren gerekend vanaf het tijdstip van die eerste benoeming of die eerste tewerkstelling zonder benoeming, te voldoen aan de bekwaamheidseisen voor het geven van dat onderwijs om belast te kunnen blijven worden met de desbetreffende werkzaamheden. Bij algemene maatregel van bestuur kan deze periode worden verlengd met een daarbij te bepalen periode indien verlenging noodzakelijk is voor een goede invoering van die bekwaamheidseisen. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die: a. onderwijsondersteunende werkzaamheden ten behoeve van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan een instelling verricht, vanaf het moment dat voor die werkzaamheden bekwaamheidseisen zijn vastgesteld; of b. is aangewezen, eerder was aangewezen onderscheidenlijk voor de eerste keer wordt aangewezen voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare instellingen. 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste tot en met derde lid.

Artikel 4.2.3c. Invoering onderhoudsplicht bekwaamheid

Artikel 1.3.6, eerste lid, wat het onderhouden van de bekwaamheid betreft, vindt voor een bepaalde personeelscategorie voor het eerst toepassing met ingang van het tijdstip waarop de bekwaamheidseisen voor die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT