Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen)

Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de grondslagen van bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs eenvoudiger en transparanter te maken, daarbij rekening houdend met belangrijke kostenbepalende factoren; dat in verband daarmee onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES moeten worden gewijzigd; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:AIn artikel 17a, achtste lid, wordt in de onderdelen g en h «artikel 85d» vervangen door «artikel 88». BIn artikel 77 worden de volgende wijzigingen aangebracht:1. Het opschrift komt als volgt te luiden:

Artikel 77 Algemene bepalingen bekostiging scholen
  1. In het eerste lid wordt de eerste volzin vervangen door:

Het Rijk bekostigt met inachtneming van deze afdeling de scholen, bedoeld in afdeling I van titel II. CArtikel 78 komt als volgt te luiden:

Artikel 78 Algemene bepaling bekostiging samenwerkingsverbanden.

Het Rijk bekostigt met inachtneming van deze afdeling samenwerkingsverbanden.DDe artikelen 84 tot en met 85a, 86 tot en met 89 alsmede het opschrift van Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, paragraaf 3, vervallen. EIn Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, wordt het opschrift van paragraaf 2 vervangen door:

Paragraaf 1. Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen

FIn Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, komt Paragraaf 1 (nieuw) als volgt te luiden:

Artikel 79 Bekostiging scholen en scholengemeenschappen
  1. De bekostiging voor een school of scholengemeenschap bestaat uit: a. een bedrag per vestiging van de school of scholengemeenschap, indien de vestiging voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar het soort vestiging wat betreft het al dan niet in aanmerking komen voor bekostiging en de hoogte van het bedrag; en b. een bedrag per leerling, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar schoolsoort, leerjaar, leerweg of profiel. 2. Indien op één adres vestigingen van verschillende scholen of scholengemeenschappen van hetzelfde bevoegd gezag zijn gehuisvest, wordt aan iedere vestiging een deel van het bedrag per vestiging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verstrekt naar rato van het aantal vestigingen op dat adres, rekening houdend met het soort vestiging. 3. De bekostiging is bestemd voor kosten voor personeel en exploitatie van een school. De bekostiging wordt per school of scholengemeenschap berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. 4. De bekostiging van de scholen wordt verstrekt voor: a. salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen voor het personeel; b. bijdragen voor het pensioen voor het personeel en dat van de nagelaten betrekkingen; c. de kosten van vervanging van het personeel, werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, en uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet; d. onderhoud van het gebouw en het terrein; e. energie- en waterverbruik; f. middelen waaronder mede wordt verstaan lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e; g. administratie, beheer en bestuur; h. loopbaanoriëntatie en -begeleiding; i. schoonmaken van het gebouw en het terrein; en j. publiekrechtelijke heffingen, met uitzondering van belastingen ter zake van onroerende zaken.

Artikel 79

a. Aanvullende bekostiging scholen met leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs.

  1. Een school of scholengemeenschap die op grond van artikel 70 dan wel artikel 17a1, tweede lid, in aanmerking komt voor bekostiging van leerwegondersteunend onderwijs ontvangt in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel 79, eerste lid, een bedrag voor bekostiging van personeelskosten en een bedrag voor bekostiging van exploitatiekosten per leerling voor wie het samenwerkingsverband heeft bepaald dat deze is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. 2. Een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f, ontvangt in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel 79, eerste lid, een bedrag voor bekostiging van personeelskosten en een bedrag voor bekostiging van exploitatiekosten per leerling voor wie het samenwerkingsverband heeft bepaald dat deze toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs.

Artikel 80 Bepalen van de hoogte van de bekostiging
  1. Onze Minister stelt de hoogte van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 79 en 79a, zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school. 2. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in de artikelen 79, eerste lid, en 79a, vastgesteld en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan. 3. De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van vaststelling. 4. Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, of bij tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks financiën zich daartegen verzet.

Artikel 81 Teldatum aantal leerlingen en vestigingen voor berekening bekostiging

Bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in de artikel 79 en 79a, gaat Onze Minister, volgens daarover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels, uit van het aantal leerlingen en het aantal en soort vestigingen van de school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Artikel 82 Verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere ontwikkelingen
  1. Indien bijzondere ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs daartoe aanleiding geven, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het verstrekken van aanvullende bekostiging. 2. Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het verstrekken van aanvullende bekostiging voor een scholengemeenschap met een hoofd- of nevenvestiging waaraan elk van de schoolsoorten, genoemd in artikel 5, onderdelen a tot en met c, wordt verzorgd. 4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT