Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force

Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES aan te passen aan de FATF standaarden, de definitie van politiek prominente personen te harmoniseren, gegevensdeling tussen toezichtautoriteiten, het meldpunt en opsporingsautoriteiten nader te reguleren, de reikwijdte van de wet uit te breiden naar bouwmarkten en het instrumentarium van de toezichtautoriteiten uit te breiden. Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet ter voorkoming van Witwassen en financieren van terrorisme BES wordt gewijzigd als volgt: AArtikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid, onderdeel h, komt te luiden als volgt: h. liquide middelen:

binnenlandse en buitenlandse bankbiljetten en munten, alsmede aan toonder gestelde verhandelbare waardepapieren, alsmede goud en diamanten, alsmede andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen waardedragers of goederen; 2. het eerste lid, onderdeel o, komt te luiden: o. politiek prominente persoon:

persoon die in of buiten de openbare lichamen een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed, met uitzondering van degenen die deze functie ten minste een jaar hebben beëindigd, en de directe familieleden of naaste geassocieerde als bedoeld in artikel 1.2, eerste en tweede lid, van deze persoon; 3. Het eerste lid, onderdeel p, wordt als volgt gewijzigd: 1°. Onder vernummering van onderdeel 2° tot onderdeel 3° wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: 2°. Een door de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten aan te wijzen deken als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet, betreffende het toezicht op advocaten bij de uitvoering van diensten als bedoeld in Bijlage A, onderdeel i, subonderdelen n en o. 2°. In onderdeel 3° (nieuw) wordt «voor zover de onder 1° bedoelde bestuursorganen» vervangen door «voor zover de onder 1° en 2° bedoelde bestuursorganen». 4. Het eerste lid, onderdeel r, komt te luiden: r. uiteindelijk belanghebbende:

natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht; 5. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt na het derde lid een lid ingevoegd, luidende: 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende. 6. In het vijfde lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door «derde of vierde lid» en wordt «Onze Minister van Veiligheid en Justitie» vervangen door «Onze Minister van Justitie en Veiligheid». BArtikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid vervalt en het tweede en derde lid worden vernummerd tot het eerste en tweede lid. 2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «directe familieleden » ingevoegd «van politiek prominente personen». 3. In het tweede lid (nieuw) wordt na «naaste geassocieerde » ingevoegd «van politiek prominente personen». CArtikel 1.5 wordt als volgt gewijzigd:1. Het tweede lid komt als volgt te luiden: 2. De toezichtautoriteit is in afwijking van het eerste lid bevoegd gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan: a. de andere toezichtautoriteit of een buitenlandse toezichthoudende instantie; b. de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Koninklijke Marechaussee, het Korps Politie Caribisch Nederland, het meldpunt, en het Openbaar Ministerie met het oog op risico’s van inbreuken op de integriteit van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van deze instanties. 2. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot het vijfde tot en met het negende lid, worden na het tweede lid twee leden ingevoegd, luidende: 3. Onder risico’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden verstaan risico’s met betrekking tot de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, alsmede risico’s als gevolg van het doen en nalaten van partijen binnen het financiële stelsel of onderdelen daarvan, met betrekking tot financieel-economische criminaliteit en andere ernstige vormen van criminaliteit of van terrorismefinanciering. 4. De toezichthouder verstrekt geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het tweede lid indien: a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de wet of de openbare orde van de openbare lichamen; d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 3. Het zesde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: a. In de aanhef wordt «derde» vervangen door «vijfde». b. In onderdeel a wordt «tweede of derde» vervangen door «vierde of vijfde». c. In onderdeel c wordt «Onze Minister van Veiligheid en Justitie» vervangen door «Onze Minister van Justitie en Veiligheid». 4. In het negende lid (nieuw) wordt «Onze Minister van Veiligheid en Justitie» vervangen door «Onze Minister van Justitie en Veiligheid». DNa artikel 1.8 worden zes artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 1.9
  1. Een dienstverlener neemt maatregelen om zijn risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te stellen en te beoordelen, waarbij de maatregelen in verhouding staan tot de aard en de omvang van de dienstverlener. 2. Bij het vaststellen en beoordelen van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, houdt de dienstverlener in ieder geval rekening met de risicofactoren die verband houden met het type cliënt, product, dienst, transactie en leveringskanaal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT