Herziening van Rechtbank Arnhem, 28 april 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 april 2010
Uitgevende instantie::Rechtbank Arnhem
SAMENVATTING

Samenvatting: de door verzoekster ingediende verzoeken zijn door de rechtbank gemotiveerd afwezen. Deze afwijzingen betreffen inhoudelijke beslissingen die in beginsel niet ter toetsing aan de wrakingskamer van de rechtbank voorliggen. Dit zou anders zijn als de afwijzing van de verzoeken gemotiveerd zou zijn door argumenten die de schijn van vooringenomenheid van de rechters wekken. Hiervan is... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer

Registratienummer: 10/334

Beschikking 28 april 2010

inzake

[verzoeker],

thans gedetineerd te P.I.V. Breda, verzoekster tot wraking,

en

mrs. E.G. Smedema, J.M. Hamaker en M.A.E. Somsen,

in hun hoedanigheid van respectievelijk voorzitter en leden van de meervoudige kamer in de zaak met parketnummer 05/900486-06.

  1. Procedure

    1.1 Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van de zaak met parketnummer 05/900486-06 heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen mrs. Smedema, Hamaker en Somsen.

    1.2 Mrs. Smedema, Hamaker en Somsen hebben mondeling aangegeven niet in de wraking te berusten.

    1.3 Op 28 april 2010 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoekster is niet in persoon verschenen, doch heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.B.G. van Kleef. Mrs. Smedema, Hamaker en Somsen zijn in persoon verschenen. Voorts is verschenen officier van justitie mr. M.H. de Weert.

    1.4 De wrakingskamer heeft aan het einde van de zitting op 28 april 2010 mondeling uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen. Hieraan is de volgende motivering ten grondslag gelegd.

  2. Wettelijk kader

    2.1 Gelet op artikel 512 SV dient in een wrakingsprocedure te worden beslist of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

    2.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid bij de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM (en artikel 14 lid 1 IVBPR) dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

  3. Het verzoek en verweer

    3.1 Verzoekster stelt zich op het standpunt dat niet is uitgesloten dat mrs. Smedema, Hamaker en Somsen enige vooringenomenheid hebben, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Reden hiervoor is dat zij hebben geweigerd de zaak met parketnummer 05/900486-06 aan te houden om deze te voegen met een andere zaak tegen verdachte, welke andere zaak deel uitmaakt van een politieonderzoek bekend onder de naam ‘[naam]’ [verder: de “[naam]zaak”], en hebben geweigerd om diverse getuigen te horen.

    3.2 Mrs. Smedema, Hamaker en Somsen kunnen zich met verzoeksters standpunt niet verenigen en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT