Herziening van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, March 05, 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2010/03/05
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Belanghebbende heeft zonder succes tot aan de Hoge Raad geprocedeerd tegen navorderingsaanslagen over de jaren 1998 , 1999 en 2000 met boete. In casu werd nagevorderd over privé-gebruik auto. Belanghebbende doet een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad, dit wordt afgewezen en vervolgens oordeelt het Hof over het herzieningsverzoek. De grond voor herziening zou gelegen moeten zijn in het feit... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Eerste meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 08/00608

Uitspraak op het verzoek van

mevrouw X,

wonende te Y,

hierna: belanghebbende,

tot herziening in de zin van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, van 18 januari 2005, nr. 02/04633, op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z (hierna: de Inspecteur) op de bezwaarschriften betreffende na te melden aanslagen.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Aan belanghebbende zijn onder de aanslagnummers 0000.00.000.H87, -H97 en -H07 over de jaren 1998, 1999 ,2000 met boete navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. De navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.

    1.2. Belanghebbende is tegen die uitspraken in één geschrift in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft in deze zaak, bij het Hof bekend onder nummer 02/04633, op 8 oktober 2004 mondeling uitspraak gedaan. Afschriften van het proces-verbaal van die uitspraak zijn op 13 oktober 2004 aan partijen verzonden. Belanghebbende heeft op 27 oktober 2004 verzocht de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Het Hof heeft vervolgens schriftelijk uitspraak op het beroep gedaan op 18 januari 2005.

    1.3. Belanghebbende heeft tegen voormelde uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie bij arrest van 15 september 2006, nr. 41.594, ongegrond verklaard.

    1.4. Bij brief van 1 september 2008 heeft belanghebbende het Hof verzocht de uitspraak van 18 januari 2005, nr. 02/04633, te herzien.

    1.5. De zitting heeft plaatsgehad op 14 januari 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

    1.6. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

  2. Feiten

    2.1. Belanghebbende heeft de Hoge Raad verzocht om herziening van het in 1.3. vermelde arrest. De Hoge Raad heeft dit verzoek bij arrest van 15 mei 2009, nr. 08/03760, onder toepassing van artikel 8:88, lid 2, in verbinding met artikel 8:54 van de Awb, afgewezen. Het tegen deze uitspraak door belanghebbende gedane verzet heeft de Hoge Raad bij arrest van 14 augustus 2009, nr. 08/03760, ongegrond verklaard.

  3. Geschil

    3.1. Het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT