Cassatie van Gerechtshof Arnhem, June 08, 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2010/06/08
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Boete. Omvang geding in hoger beroep. Naheffingsaanslag kan niet voor het eerst in appel worden aangevochten. Belanghebbende kan zich met betrekking tot de boete niet verstoppen achter haar adviseur.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belastingrecht

nummer 08/00562

uitspraakdatum: 8 juni 2010

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

X te Z (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 5 november 2008, nummer AWB 08/843, in het geding tussen belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur)

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1 Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2005 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd ten bedrage van € 37.227, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 16.889. Tevens is bij beschikking € 5.986 aan heffingsrente in rekening gebracht.

    1.2 De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 33.780 en de boete verminderd tot € 16.860. De heffingsrente is verminderd tot € 5.695.

    1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 5 november 2008 ongegrond verklaard.

    1.4 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

    1.5 Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

    1.6 Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2009 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende bijgestaan door haar gemachtigde alsmede de Inspecteur.

    1.7 Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Deze pleitnota wordt door het Hof tot de stukken van het geding gerekend. Het onderzoek ter zitting is geschorst ter verkrijging van nadere inlichtingen en voor het houden van een getuigenverhoor. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Een afschrift daarvan is op 2 oktober 2009 aan partijen verzonden.

    1.8 Het nadere onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2010 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende alsmede de Inspecteur. Tijdens deze zitting is A als getuige gehoord. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

  2. De vaststaande feiten

    2.1 Belanghebbende oefent in de vorm van een eenmanszaak een onderneming uit handelend onder de naam ‘B’. De ondernemingsactiviteiten bestaan uit het verkopen van advertentieruimte.

    2.2 Tot en met 12 april 2005 trad A van Accountantskantoor A te Q op als adviseur van belanghebbende. A was onder meer belast met het opstellen van de jaarrekening en het verzorgen van de aangiften omzetbelasting. De aangifte omzetbelasting werd door A opgesteld aan de hand van de door belanghebbende maandelijks dan wel per kwartaal aan haar verstrekte gegevens. Het blanco aangiftebiljet werd vooraf door belanghebbende ondertekend en werd vervolgens door A ingevuld en aan de Belastingdienst gezonden. A vermeldde het te betalen bedrag op de bij het aangiftebiljet gevoegde acceptgirokaart en verstrekte deze voor verdere afwikkeling aan belanghebbende. Op het moment waarop de jaarstukken werden opgemaakt maakte A een herrekening van de daadwerkelijk verschuldigde omzetbelasting. Hieruit bleek telkenjare dat te weinig omzetbelasting op aangifte werd voldaan. Hiervan maakte A vervolgens melding in de jaarrekening.

    2.3 Blijkens een op 22 oktober 2003 gedateerde jaarrekening over het jaar 2002 is per ultimo van dat jaar op de balans een passiefpost omzetbelasting opgenomen van € 27.389,86. In de jaarrekening is voorts het volgende vermeld:

    Omzetbelasting 2002.

    omzet 128409,96 à 19 % = 24398,--

    voorheffingen 7190,68

    afgedragen:

    1e kwartaal 909,--

    2e kwartaal 907,--

    3e kwartaal 994,--

    4e kwartaal . 6219,--

    ______________

    16219,68

    ___________

    8178,32

    In de toelichting op de balans is het volgende vermeld:

  3. Omzetbelasting.

    overgenomen v.d. vorige balans 13455,85

    verschuldigd 24398,--

    ______________

    37853,85

    afgedragen:

    voorheffingen 7190,68

    4e kwartaal 2001 463,31

    1e kwartaal 2002 909,--

    2e kwartaal 2002 907,--

    3e kwartaal 2002 994,--

    _____________

    10463,99

    _______________

    27389,86

    2.4 Blijkens een op 12 april 2005 gedateerde jaarrekening over het jaar 2003 is per ultimo van dat jaar op de balans een passiefpost omzetbelasting opgenomen van € 41.531,08. In de jaarrekening is voorts het volgende vermeld:

    Omzetbelasting 2003.

    omzet 162691,58 à 19 % = 30911,00

    voorheffingen 7552,78

    afgedragen:

    1e kwartaal 996,00

    2e kwartaal 1001,00

    3e kwartaal 1001,00

    4e kwartaal . 2147,00

    ______________

    12697,78

    ___________

    18213,22

    In de toelichting op de balans is het volgende vermeld:

  4. Omzetbelasting.

    overgenomen v.d. vorige balans 27389,86

    verschuldigd 30911,00

    _______________

    58300,86

    afgedragen:

    voorheffingen 7552,78

    4e kwartaal 2002 6219,00

    1e kwartaal 2003...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT