Kort geding van Gerechtshof Amsterdam, November 02, 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2010/11/02
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

De kernvraag in deze aanbestedingsprocedure is of de inschrijving van appellanten terzijde moet worden geschoven omdat appellante sub 2 en een andere inschrijver, te weten Romijn Beton BV, tot hetzelfde concern behoren, hetgeen stijdig is met artikel 1.9 van de selectieleidraad.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Sector civiel recht

Nevenzittingsplaats Arnhem

zaaknummer gerechtshof 200.060.194

(zaaknummer/rolnummer: 278227 / KG ZA 09-1263)

arrest in kort geding van de eerste civiele kamer van 2 november 2010

inzake

  1. de vennootschap onder firma Combinatie Parkpergola Utrecht,

    gevestigd te Bennebroek, gemeente Bloemendaal,

    alsmede haar vennoten,

  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sterringhart B.V.,

    gevestigd te Bennebroek, gemeente Bloemendaal,

  3. de vennootschap naar Duits recht Ed Züblin Aktiengesellschaft,

    gevestigd te Stuttgart, Duitsland,

  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Temmink Infra en Milieu B.V.,

    gevestigd te Oldenzaal,

  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid J. den Breejen GWW B.V., gevestigd te Haarlemmermeer,

    appellanten in het principaal hoger beroep,

    geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,

    advocaat: mr. F.A. van den Assem,

    tegen:

  6. de vennootschap onder firma De Combinatie Parkpergola,

    gevestigd te Nieuwegein,

    alsmede haar vennoten,

  7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ballast Nedam Infra B.V.,

    gevestigd te Nieuwegein,

  8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jos Scholman Wegenbouw B.V.,

    gevestigd te Nieuwegein,

    geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

    appellanten in het incidenteel hoger beroep,

    advocaat: mr F.A.M. Knüppe,

  9. de publiekrechtelijke rechtspersoon De Gemeente Utrecht,

    zetelend te Utrecht,

    geïntimeerde in zowel het principaal als in het incidenteel hoger beroep,

    advocaat: mr. S.C. Brackmann.

  10. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 12 februari 2010 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht tussen partijen in kort geding heeft gewezen met principaal appellanten (hierna ook te noemen: Sterringhart voor appellante sub 2 en de Combinatie Züblin voor appellanten gezamenlijk) als tussenkomende partijen, principaal geïntimeerden sub 1 tot en met 3 (hierna gezamenlijk ook te noemen: de Combinatie Parkpergola) als eiseressen en principaal geïntimeerde sub 4 (hierna ook te noemen: de Gemeente) als gedaagde; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

  11. Het geding in hoger beroep

    2.1De Combinatie Züblin heeft bij exploot van 11 maart 2010 aan de Combinatie Parkpergola alsmede aan de Gemeente aangezegd van voornoemd vonnis van 12 februari 2010 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van de Combinatie Parkpergola en de Gemeente voor dit hof. In dit exploot heeft de Combinatie Züblin aangekondigd te zullen vorderen dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zonodig onder verbetering van gronden en voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

    Primair:

    1. De Combinatie Parkpergola alsnog in haar vordering(en) niet-ontvankelijk zal verklaren althans deze aan hen zal ontzeggen;

    2. De Gemeente zal gebieden om – indien zij de opdracht definitief wenst te gunnen – de opdracht aan geen ander dan de Combinatie Züblin te gunnen;

      Subsidiair:

    3. De Gemeente zal gebieden om – indien en voor zover zij onderhavige opdracht nog wenst op te dragen – de opdracht opnieuw zal aanbesteden daaronder begrepen een hernieuwde selectie van gegadigden, waarbij de Combinatie Züblin, althans haar vennoten tezamen of afzonderlijk zonodig met andere gegadigden in de gelegenheid zullen worden gesteld om zich in de selectiefase als gegadigde aan te melden;

      Primair en subsidiair:

      De Combinatie Parkpergola en de Gemeente zal veroordelen in kosten van dit geding in twee instanties.

      2.2 Op de rol van 23 maart 2010 heeft de Combinatie Züblin een memorie van grieven genomen en heeft zij overeenkomstig voormeld exploot geconcludeerd.

      2.3 Bij memorie van antwoord heeft de Gemeente verweer gevoerd. Zij heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtsprekende en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de Combinatie Parkpergola alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering(en) die zij in eerste aanleg heeft ingesteld, althans deze zal afwijzen, althans haar deze vorderingen zal ontzeggen en subsidiair de Combinatie Züblin niet-ontvankelijk zal verklaren in haar subsidiaire vordering(en) die zij bij memorie van grieven heeft ingesteld, althans deze zal afwijzen, althans haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van de Combinatie Parkpergola en/of haar vennoten en de Combinatie Züblin en/of haar vennoten in de kosten van dit geding in beide instanties, met de aantekening dat als die kosten niet zijn voldaan binnen twee weken na het wijzen van het arrest daarover de wettelijke rente is verschuldigd.

      2.4 Ook de Combinatie Parkpergola heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd. Vooreerst stelt zij zich op het standpunt dat de Combinatie Züblin niet-ontvankelijk in haar hoger beroep moet worden verklaard nu het hoger beroep eerst op de laatste dag van de appeltermijn is ingesteld en hierdoor niet is voldaan aan de uit de rechtspraak voortvloeiende eis dat van inschrijvers in het kader van aanbestedingsgeschillen een proactieve houding mag worden verwacht. Daarnaast dient de Combinatie Züblin niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat zij impliceert dat zij zelf haar bieding niet langer gestand wil doen, terwijl haar vorderingen in hoger beroep zich richten op het alsnog verwerven van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT