Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, February 23, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/02/23
Uitgevende instantie::Rechtbank 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Meststoffenwet, legaliteitsbeginsel; geen bevoegdheid tot oplegging van een bestuurlijke boete op grond van artikel 51 van de Meststoffenwet. Uit de formulering van artikel 51 van de Meststoffenwet, in het bijzonder de zinsnede ‘ter zake van’, volgt dat verweerder op grond van dat artikel enkel bevoegd is een bestuurlijke boete op te leggen indien een van de in artikel 51 van de Meststoffenwet... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 10/2563 BESLU

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[Eiser], wonende te [plaats],

en

de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.

I PROCESVERLOOP

Bij besluit van 6 maart 2010 heeft verweerder eiser een boete opgelegd van € 300,-- wegens overtreding van artikel 34 van de Meststoffenwet in samenhang met de artikelen 35, eerste en tweede lid, en 36, aanhef en onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (hierna: Uitvoeringsbesluit) en de artikelen 42 en 124, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (hierna: Uitvoeringsregeling).

Bij besluit van 25 maart 2010 heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 1 april 2010 beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Bij brief van 7 april 2010 heeft het CBb het beroepschrift op grond van artikel 6:15 van de Awb ter behandeling doorgezonden aan de rechtbank.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter zitting behandeld op 26 oktober 2010. Eiser is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde [A].

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Op 23 november 2010 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en verweerder verzocht antwoord te geven op vragen van de rechtbank betreffende de grondslag van de gestelde bevoegdheid van verweerder tot oplegging van een bestuurlijke boete ingeval van een overtreding als de onderhavige.

Bij brief van 6 december 2010 heeft verweerder informatie verstrekt. Eiser heeft daarop niet gereageerd. Beide partijen hebben toestemming gegeven een nadere zitting achterwege te laten. Het onderzoek is op 27 januari 2011 gesloten.

II OVERWEGINGEN

1 Bij brief van 11 december 2009 heeft verweerder eiser gewezen op eisers verplichting ingevolge de meststoffenregelgeving om gegevens over meststoffen en dieren vóór 1 februari 2010 aan te leveren bij de onder verweerder ressorterende Dienst Regelingen. Daarbij is aangegeven dat de gegevens via Internet aangeleverd dienen te worden.

Op 3 maart 2010 heeft verweerder geconstateerd dat de gevraagde gegevens niet zijn ontvangen. Bij brief van 6 maart 2010 heeft verweerder aan eiser een boete opgelegd van

€ 300,-- wegens overtreding van de hier bedoelde verplichting van eiser om de gevraagde gegevens vóór 1 februari 2010 aan te leveren.

Op 9 maart 2010 heeft de Dienst Regelingen de betreffende gegevens van eiser ontvangen.

2 Eiser stelt dat de boete onevenredig hoog is, aangezien hij slechts een kleine fout heeft gemaakt bij de digitale aanlevering van de gegevens en hij de gegevens alsnog digitaal heeft aangeleverd toen hem duidelijk was dat verweerder de gegevens niet had ontvangen. Voorts betoogt eiser dat de verplichting tot het aanleveren van de gegevens over meststoffen en dieren niet voor eiser zou moeten gelden, omdat eiser in de winterperiode geen rundvee bezit en daarmee ook geen mest, en deze informatie reeds bekend is bij verweerder via...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT