Hoger beroep kort geding van Centrale Raad van Beroep, October 05, 2011

Datum uitspraak:2011/10/05
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Overname betalingsverplichting. Opzegging dienstverband door curator. Vaststelling fictieve dag van opzegging. Na tussenuitspraak (BQ1168) nader onderzoek en een nieuw besluit, waarbij de fictieve dag van opzegging is gewijzigd. Curator heeft onnodig getalmd met effecturen ontslag. Het Uwv was bevoegd een dag van opzegging te bepalen, maar heeft deze niet juist bepaald. Vernietiging besluiten. De ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/3153 WW + 10/3154 WW + 11/4418 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te ’s-[woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 28 april 2010, 09/40 en 09/1929 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 5 oktober 2011

  1. PROCESVERLOOP

    De Raad heeft op 13 april 2011 (LJN BQ1168) een tussenuitspraak gedaan.

    Het Uwv heeft op 1 juni 2011 een gewijzigd besluit op bezwaar genomen.

    Appellant heeft te kennen gegeven zich ook met dit nieuwe besluit niet te kunnen verenigen.

    Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten.

  2. OVERWEGINGEN

    1.1. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv bij de curator informatie ingewonnen over de datum waarop hij de rechter-commissaris om een machtiging heeft verzocht, of hij eerder dan op 16 september 2008 had kunnen overgaan tot opzegging van het dienstverband en wat de reden was van de latere opzegging. Bij de insolventiegriffie van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft het Uwv navraag gedaan naar de wijze waarop een curator wordt geïnformeerd over de verleende machtiging van de rechter-commissaris. De curator heeft het Uwv bij brief van 2 mei 2011 medegedeeld dat hij op 5 september 2008 heeft verzocht om een machtiging om het personeel van de gefailleerde werkgever te ontslaan. Bij brief van 23 mei 2011 heeft hij nog het volgende medegedeeld: “De machtiging van de Rechter-Commissaris d.d. 11 september 2008 is naar alle waarschijnlijkheid op vrijdag 12 september 2008 op mijn kantoor ontvangen, maar mogelijk pas in het weekend van 13 en 14 september 2008. Op 12 september 2008 was ik de gehele dag buiten kantoor wegens zittingen en besprekingen. In de loop van maandag 15 april 2008 zijn de verschillende opzeggingsbrieven gedicteerd en deze zijn uiteindelijk op dinsdag 16 april 2008 verzonden.” De Raad neemt aan dat met ‘april’ bedoeld is: ‘september’. Blijkens een telefoonverslag van 1 juni 2011 heeft de insolventiegriffie van de rechtbank ’s-Gravenhage de vraag van het Uwv als volgt beantwoord: “Vanwege het spoedeisende karakter wordt dit op verschillende wijze gedaan: er wordt gebeld, gefaxt en gemaild. Regel is dat via E-mail de curator de machtiging ontvangt. Nazending per gewone post komt nagenoeg niet voor. Spoedeisend is bijvoorbeeld de situatie waarin werknemers...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT