Wraking van Hoge Raad, 3 februari 2012

Datum uitspraak: 3 februari 2012
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

De Hoge Raad verklaard het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk wegens misbruik van het recht. Tevens wijst de Hoge Raad het herhaalde verzoek tot wraking af.

 
GRATIS UITTREKSEL

3 februari 2012

Nr. 11/03915 t/m 11/03918, 11/03920 en 11/03983

Beslissing

van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van het verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door X te Z, verder te noemen verzoeker.

  1. De procedure

    1.1 Verzoeker heeft namens een vijftal belanghebbenden verzoeken tot herziening ingediend van een vijftal door de Hoge Raad op 12 augustus 2011 gewezen arresten. De verzoeken voornoemd zijn bij de Derde kamer van de Hoge Raad ingeschreven onder de nummers 11/03915 tot en met 11/03918 en 11/03920. Nadat een eerder door verzoeker gedaan verzoek om wraking bij beslissing van de Hoge Raad van 16 december 2011 was afgewezen, is bij brieven van 19 december 2011 aan verzoeker meegedeeld dat op 23 december 2011 ter terechtzitting de beslissingen in die zaken in het openbaar zullen worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat de arresten zullen worden gewezen door de leden C. Schaap, A.H.T. Heisterkamp en R.J. Koopman.

    1.2 Bij op 21 december 2011 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker ten tweeden male de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden.

    1.3 Verzoeker heeft voorts voor zichzelf beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de Hoge Raad is ingeschreven onder het nummer 11/03983. Nadat een eerder door verzoeker gedaan verzoek om wraking bij beslissing van de Hoge Raad van 16 december 2011 was afgewezen, is bij brief van 19 december 2011 aan verzoeker meegedeeld dat op 23 december 2011 ter terechtzitting de beslissing in die zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat het arrest zal worden gewezen door de leden C. Schaap, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris.

    1.4 Bij het hiervoor in 1.2 vermelde verzoekschrift heeft verzoeker eveneens ten tweeden male de wraking verzocht van C. Schaap en A.H.T. Heisterkamp, leden van de Hoge Raad. Voorts heeft verzoeker bij dat verzoekschrift ook de wraking verzocht van M.W.C. Feteris, lid van de Hoge Raad.

    1.5 Voorts heeft verzoeker bij brief van 11 januari 2012, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 30 januari 2012, de leden van de wrakingskamer gewraakt, als gronden voor wraking aanvoerend dat die leden: het wrakingsinstituut en daarmee art. 6 EVRM minachten, doelbewust en misleidend/onjuist een eerder verzoek in het proces-verbaal hebben weergegeven, zich schuldig hebben gemaakt aan art. 364 van het Wetboek van Strafrecht en ambts-...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT