Kort geding van Gerechtshof Arnhem, 10 april 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:10 april 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Voorzieningenrechter treft op vordering vader zorg- en contactregeling ten aanzien van twee minderjarige kinderen van partijen. Bekrachtiging in hoger beroep daarvan, behoudens compensatie proceskosten. Moeder veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.098.042

(zaaknummer rechtbank 117154/ KG ZA 10-330)

arrest in kort geding van de vierde civiele kamer van 10 april 2012

inzake

[appellant],

wonende te [Woonplaats],

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. T. Hermans,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [Woonplaats],

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: voorheen mr. A.M. van de Lest-Van Berkel.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 26 oktober 2011 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo (hierna: de voorzieningenrechter) tussen principaal appellante (hierna ook te noemen: de moeder) als gedaagde en principaal geïntimeerde (hierna ook te noemen: de vader) als eiser heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

  2. Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep

    2.1 De moeder heeft bij exploot van 22 november 2011 de vader aangezegd van dat vonnis van

    26 oktober 2011 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van de vader voor dit hof.

    2.2 In de dagvaarding in hoger beroep heeft de moeder drie grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht en heeft zij bewijs aangeboden. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest te bepalen dat de vader één weekend per maand omgang heeft met de minderjarige kinderen van partijen waarbij de vader de kinderen ophaalt op vrijdag om 18.00 uur, [kind 1] de mogelijkheid biedt om te kunnen voetballen op zaterdag en de kinderen op zondag om 18.00 uur terugbrengt, althans een zodanige regeling als het hof juist acht, met veroordeling van de vader in de kosten van beide instanties, althans de kosten zal compenseren.

    2.3 Bij memorie van antwoord heeft de vader de grieven bestreden en verweer gevoerd, heeft hij bewijs aangeboden en twee producties in het geding gebracht. Bij dezelfde memorie heeft de vader incidenteel hoger beroep tegen het bestreden vonnis ingesteld en daartegen één grief aangevoerd en toegelicht. Hij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  3. de moeder niet-ontvankelijk verklaart in haar spoedappèl, althans haar vorderingen in hoger beroep afwijst als zijnde ongegrond en het bestreden vonnis bekrachtigt, althans een zorg- en contactregeling vaststelt waarbij de vader het recht heeft op, en zijn verplichting tot omgang met de minderjarige kinderen heeft met ingang van 26 oktober 2011, waarbij hij één weekend per maand omgang heeft met de kinderen en hij de minderjarige kinderen op vrijdagmiddag in [Woonplaats moeder ] ophaalt, de moeder de minderjarige kinderen op zondagavond in [Woonplaats vader] weer ophaalt en dat de vakanties en de feestdagen in onderling overleg tussen partijen verdeeld worden;

  4. voor het overige het bestreden vonnis wijzigt ter zake van het oordeel over de proceskosten in die zin dat de moeder wordt veroordeeld in de proceskosten gerelateerd aan de procedure bij de voorzieningenrechter, alsmede de moeder te veroordelen in de proceskosten van de procedure in hoger beroep.

    2.4 Bij memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep heeft de moeder

    verweer gevoerd en geconcludeerd dat het hof de vader in zijn vordering ten aanzien van de proceskostenveroordeling niet-ontvankelijk verklaart, dan wel deze vordering afwijst als zijnde ongegrond dan wel onbewezen en het bestreden vonnis op dit punt bekrachtigt.

    2.5 Ter zitting van 12 maart 2012 heeft de moeder door mr. Hermans, advocaat te Enschede, de zaak doen bepleiten. De vader heeft ter zitting zelf het woord gevoerd. De advocaat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT