Voorlopige voorziening van Gerechtshof 's-Gravenhage, 5 juni 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 juni 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

intrekking Wwik; Intrekkingswet onverbindend?

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.101.005/01

Zaak-/Rolnummer rechtbank : 407848/KG ZA 11-1377

arrest van 5 juni 2012

inzake

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid),

zetelend te 's-Gravenhage,

appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de Staat,

advocaat: mr. W.I. Wisman te 's-Gravenhage,

tegen

  1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV Kunsten Informatie en Media,

    gevestigd te Amsterdam,

    hierna te noemen: FNV,

  2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars,

    gevestigd te Amsterdam,

    hierna te noemen: BBK,

  3. Geïntimeerde in het principaal appel/appellant in het incidenteel appel sub 3,

    wonende te A,

    hierna te noemen: Geïntimeerde sub 3,

  4. Geïntimeerde in het principaal appel/appellant in het incidenteel appel sub 4,

    wonende te B,

    hierna te noemen: Geïntimeerde sub 4,

  5. Geïntimeerde in het principaal appel/appellant in het incidenteel appel sub 5,

    wonende te C,

    hierna te noemen: Geïntimeerde sub 5,

  6. Geïntimeerde in het principaal appel/appellant in het incidenteel appel sub 6,

    wonende te C,

    hierna te noemen: Geïntimeerde sub 6,

  7. Geïntimeerde in het principaal appel/appellant in het incidenteel appel sub 7,

    wonende te D,

    hierna te noemen: Geïntimeerde sub 7,

    geïntimeerden in het principaal appel,

    appellanten in het incidenteel appel,

    hierna gezamenlijk ook te noemen: FNV c.s.,

    advocaat: mr. J.R. van Angeren te Amsterdam.

    Het geding

    Bij exploot van 23 januari 2012 heeft de Staat hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 3 januari 2012, gewezen tussen partijen. In dat exploot (met producties) heeft de Staat tegen het bestreden vonnis negen grieven aangevoerd, die FNV c.s. bij memorie van antwoord (met producties) hebben bestreden. FNV c.s. hebben onder aanvoering van één grief incidenteel geappelleerd. De Staat heeft deze grief bij memorie van antwoord in incidenteel appel bestreden. Op 26 april 2012 hebben partijen de zaak voor het hof doen bepleiten door hun advocaten, beiden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. De Staat heeft bij die gelegenheid nog producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd.

    Beoordeling van het hoger beroep

    1.1 Aangezien, afgezien de tegen rechtsoverweging 1.8 gerichte grief 1, waarop het hof hierna voor zover nodig terugkomt, geen grief is gericht tegen de feiten die de voorzieningenrechter onder 1.1 tot en met 1.17 van het bestreden vonnis heeft samengevat, zal ook het hof van deze feiten, behoudens voor zover aangevochten door grief 1, uitgaan.

    1.2 Het gaat in deze zaak om het volgende. FNV en BBK zijn vakbonden die de belangen van onder meer kunstenaars behartigen. Geïntimeerde sub 3, Geïntimeerde sub 4, Geïntimeerde sub 5, Geïntimeerde sub 6 en Geïntimeerde sub 7 zijn kunstenaars die voor 1 januari 2012 een uitkering ontvingen uit hoofde van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik).

    1.3 De Wwik had ten doel het effectief bevorderen van de zelfstandige bestaansvoorziening als beroepsmatig actief kunstenaar via een renderende - al dan niet gemengde - beroepspraktijk als kunstenaar. Een Wwik-uitkering werd door de gemeente bij beschikking toegekend. De kunstenaar aan wie een Wwik-uitkering werd toegekend had aanspraak op ten hoogste 48 maanden uitkering van maximaal 70% van het bijstandsniveau, welke uitkering gedurende een periode van 10 jaar, desgewenst in gedeeltes, door de kunstenaar kon worden opgenomen. Daarnaast had de kunstenaar de mogelijkheid om zonder korting op zijn uitkering bij te verdienen tot 125% van het bijstandsniveau na aftrek van beroepskosten, hoefde hij niet te solliciteren of algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, kwam hij in aanmerking voor activerend en flankerend beleid (cursussen en andere ondersteuning, gericht op de ontwikkeling van een renderende beroepspraktijk) en mocht hij eigen vermogen bezitten zonder dat dit tot een korting op zijn uitkering leidde. Aan de ontvangst van een Wwik-uitkering was de voorwaarde verbonden dat de kunstenaar beroepsmatig als kunstenaar actief was en dat zijn inkomsten (als kunstenaar en/of uit eventuele bijverdiensten) vooruitgang vertoonden. Per jaar werd (achteraf) getoetst of aan deze voorwaarden was voldaan. Indien dat in enig jaar niet het geval was verviel het recht op uitkering over dat jaar, maar de beschikking verviel niet en het recht om in andere jaren een beroep op de Wwik-uitkering te doen bleef behouden.

    1.4 Bij wet van 22 december 2011 (hierna: de Intrekkingswet), in werking getreden op 1 januari 2012, is de Wwik ingetrokken, zonder dat daarin was voorzien in een overgangsregeling voor uitkeringsgerechtigden die reeds vóór 1 januari 2012 een Wwik-beschikking hadden ontvangen en hun rechten op grond van die beschikking nog niet hadden verbruikt (hierna ook: 'bestaande gevallen').

    1.5 FNV c.s. zijn van mening dat de intrekking van de Wwik zonder overgangsrecht voor bestaande gevallen inbreuk maakt op de eigendom van de bestaande gevallen en daarom jegens hen onrechtmatig is in de zin van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM (EP). Zij vorderen in dit kort geding, voor zover in hoger beroep nog van belang, dat het de Staat wordt geboden de Intrekkingswet buiten werking te stellen voor zover die betrekking heeft op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT