Wraking van Centrale Raad van Beroep, 14 juni 2012

Datum uitspraak:14 juni 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om wraking. Een wrakingsgrond dient gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter die de zaak behandelt. Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. De agendering van het herzieningsverzoek voor de zitting van 20 juni 2012 is een procedurele beslissing. Volgens vaste rechtspraak, CRvB 3 december 2010, LJN BO6452, is wraking ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/6937 WW-W, 10/6938 WW-W

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Beslissing op het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedaan door

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

PROCESVERLOOP

Bij brieven van 10 oktober 2011 en 4 mei 2012 heeft verzoekster om wraking van

mr. M. Greebe verzocht.

Mr. Greebe heeft bij brief van 10 mei 2012 schriftelijk op het verzoek gereageerd en daarbij te kennen gegeven niet te berusten in de wraking en geen gebruik te maken van de uitnodiging om ter zitting van de wrakingskamer aanwezig te zijn.

Het wrakingsverzoek is ter zitting van 11 juni 2012 aan de orde gesteld, waar verzoekster niet is verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

1.2. Uit de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb (Kamerstukken II 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 113) blijkt dat de ratio van het instituut wraking is gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid.

1.3. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter, dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter ten aanzien van een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 24 oktober 1995, LJN ZD0257).

  1. Ter motivering van haar verzoek om wraking heeft verzoekster, samengevat, het volgende aangevoerd. Zij heeft om herziening verzocht van de door haar ontvangen uitspraak van de Raad van 8 december 2010, LJN BO7197. Dit is geen echte uitspraak als bedoeld in artikel 8:79 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de uitspraak niet is ondertekend door de rechter en de griffier. Mr. Greebe heeft het herzieningsverzoek daarom ten onrechte in behandeling genomen en geagendeerd voor de zitting van 20 juni 2012. Hiermee is niet aannemelijk dat mr. Greebe onbevooroordeeld zal oordelen.

  2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1. Op 8 december 2010 heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT