Hoger beroep van Gerechtshof 's-Gravenhage, July 24, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/07/24
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.093.645/01

Zaaknummer rechtbank : 1222540 / CVEXPL 11-17365

arrest van 24 juli 2012

inzake

AFAB Geldservice B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

appellante,

hierna te noemen: Afab,

advocaat: mr.drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

[Naam],

wonende te [Woonplaats],

[Naam],

wonende te [Woonplaats],

geïntimeerden,

hierna te noemen: [geïntimeerden],

niet verschenen.

Het geding

Bij exploot van 29 augustus 2011 is appellante in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam op 8 juli 2011 tussen partijen gewezen vonnis in de vrijwaringszaak. In het exploot is een incidentele conclusie genomen, waarbij is gevorderd dat de tenuitvoerlegging van het uitvoerbaar-bij-voorraad verklaarde vonnis op de voet van art. 351 Rv. wordt geschorst tot op het hoger beroep is beslist. Op de rol van 13 september 2011 is aan [geïntimeerden] verstek verleend. Vervolgens heeft Afab de stukken overgelegd en om arrest in het incident gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

  1. [geïntimeerden] is in de hoofdzaak bij vonnis van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, Locatie Rotterdam van 8 juli 2011 (zaaknummer 1162191\CV EXPL 10-60384) veroordeeld om aan Levob te betalen een bedrag van € 5.000,--, vermeerderd met contractuele rente, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten. [geïntimeerden] heeft - onder meer - Afab in vrijwaring opgeroepen. In de vrijwaringsprocedure is op dezelfde datum het in onderhavige zaak bestreden vonnis gewezen. Tegen Afab is in die vrijwaringsprocedure verstek verleend. Afab is bij het bestreden vonnis veroordeeld om [geïntimeerden] te vrijwaren van al hetgeen waartoe [geïntimeerden] in eerstgenoemde zaak tegen Levob is veroordeeld, waaronder begrepen de proceskosten. Het bestreden vonnis dient vanwege het bepaalde in art. 140 lid 2 Rv te worden beschouwd als zijnde gewezen op tegenspraak. Afab is daartegen tijdig in hoger beroep gekomen.

  2. In de onderhavige procedure gaat het - kort gezegd - om de vraag of Afab is tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens [geïntimeerden] bij het afsluiten van het Index Garantie Plan van Levob.

  3. Aan haar vorderingen in het incident legt Afab ten grondslag dat het bestreden vonnis op feitelijke en juridische misslagen berust. Afab stelt onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad en lagere rechters dat zij aan haar zorgplicht jegens [geïntimeerden] heeft voldaan. Volgens Afab...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT