Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 30 november 2004

Datum uitspraak:30 november 2004
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Intrekking bijstandsuitkering op de grond dat betrokkene over inkomsten (uit alimentatie en arbeid) beschikte die de voor haar geldende bijstandsnorm overschreden. Terugvordering bijstand.

 
GRATIS UITTREKSEL

02/6288 NABW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, gedaagde.

  1. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

    Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 november 2002, reg.nr. 01/2492 NABW.

    Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

    Het geding is behandeld ter zitting van 19 oktober 2004, waar appellante is verschenen, bijgestaan door de heer

    M.J.H. Schoofs, en waar gedaagde niet is verschenen.

  2. MOTIVERING

    Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

    Appellante ontving geruime tijd een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor een alleenstaande ouder in aanvulling op alimentatie en inkomsten uit arbeid. De alimentatie werd meteen op de lopende uitkering in mindering gebracht, de inkomsten uit arbeid werden achteraf met de bijstandsuitkering over de volgende maand(en) verrekend. Op 3 januari 2000 trad appellante in dienst bij Lavold schoonmaakbedrijf BV (hierna: Lavold). Ook deze inkomsten zijn volgens een vast patroon van verrekening achteraf op de bijstandsuitkering van appellante gekort.

    Bij besluit van 29 november 2000 heeft gedaagde - voorzover hier van belang - het recht op bijstand van appellante met ingang van 17 juli 2000 ingetrokken op de grond dat zij vanaf die datum over inkomsten (uit alimentatie en arbeid) beschikte die de voor haar geldende bijstandsnorm overschreden. Bij datzelfde besluit heeft gedaagde tevens een bedrag van

    f 2.427,69 van appellante teruggevorderd wegens teveel verstrekte bijstand.

    Bij besluit van 11 september 2001 heeft gedaagde het door appellante gemaakte bezwaar tegen het besluit van

    29 november 2000 ongegrond verklaard.

    Bij de aangevallen uitspraak van 6 november 2002 heeft de rechtbank het door appellante ingestelde beroep tegen het besluit van 11 september 2001 ongegrond verklaard.

    Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

    De Raad komt tot de volgende beoordeling.

    Vaststaat dat de omvang van het recht op bijstand over de hier in het geding zijnde maanden juli en augustus 2000 geringer was dan waarvan bij het toekenningsbesluit is uitgegaan. Eveneens staat vast dat dit niet het gevolg is van een gedraging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT