Hoger beroep kort geding van Centrale Raad van Beroep, 23 januari 2000

Datum uitspraak:23 januari 2000
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
 
GRATIS UITTREKSEL

98/6358 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Rotterdam-Rijnmond, gedaagde.

  1. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

    Namens appellante is op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de president van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam op 14 juli 1998 onder nummer AW 98/856-W1 gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

    Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

    Bij uitspraak van 12 februari 1999 heeft de President van de Raad het verzoek van appellante om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgewezen.

    Het geding is behandeld ter zitting van 5 oktober 2000, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door mr E.C.A. Stallen, advocaat te Woerden, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr K.I. Siem, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, en mr G. de Regt, werkzaam bij de politieregio Rotterdam-Rijnmond.

  2. MOTIVERING

    Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een meer uitgebreide weergave van de voor dit geding relevante feiten volstaat de Raad met vermelding van het navolgende.

    Appellante was ten tijde in dit geding van belang werkzaam als politiesurveillant in de politieregio Rotterdam-Rijnmond.

    Bij besluit van 8 juli 1997 heeft gedaagde appellante met onmiddellijke ingang strafontslag verleend wegens plichtsverzuim, bestaande uit het zich in de nacht van 25 op 26 februari 1997 schuldig maken aan het vernielen van een taxi en mishandelen van een taxichauffeur alsmede het ten tijde van voornoemde misdragingen verkeren onder invloed van alcoholhoudende drank en het zich daarbij kenbaar maken als politieambtenaar. Dit besluit berustte op de resultaten van een in opdracht van de districtschef van het district [district] door de brigadiers van politie [brigadiers] verricht disciplinair onderzoek.

    Bij het thans in geding zijnde besluit van 23 maart 1998 is na bezwaar dit ontslagbesluit gehandhaafd.

    De president van de rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het namens appellante tegen het besluit van 23 maart 1998 ingestelde beroep ongegrond verklaard, waarbij in hoofdzaak is overwogen dat op grond van de beschikbare gegevens niet gezegd kan worden dat niet aannemelijk is geworden dat appellante zich schuldig heeft gemaakt aan (ernstig) plichtsverzuim en dat evenmin gezegd kan worden dat ontslag een onevenredige sanctie op dit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT