Voorlopige voorziening van Gerechtshof 's-Gravenhage, Voorzieningenrechter, October 14, 2003

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2003/10/14
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van het Hof is niet mogelijk tijdens de cassatieprocedure.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

Belastingkamer (voorzieningenrechter)

14 oktober 2003

nummer BK-03/02471

UITSPRAAK

ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek om een voorlopige voorziening van X te Z betreffende na te melden besluit van het hoofd van de eenheid P (thans: de voorzitter van het managementteam van de regio P) van de Belastingdienst (hierna: verweerder).

  1. Aanduiding van het bestreden besluit

    1.1. Aan verzoeker is op 27 oktober 2000 een aanslag opgelegd in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen voor het jaar 1998 naar een belastbaar inkomen van ƒ 25.484. Bij beschikking heeft de Inspecteur verder aan belanghebbende op de voet van de artikelen 67a en 67g, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) een boete opgelegd van ƒ 750. Eveneens bij beschikking is ƒ 128 aan heffingsrente in rekening gebracht.

    1.2. Op 1 november 2000 heeft verzoeker bij verweerder aangifte gedaan in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen voor het jaar 1998. Verweerder heeft deze aangifte opgevat als bezwaarschrift aangezien de aanslag op het moment van binnenkomst van de aangifte reeds was vastgesteld. De bezwaren van belanghebbende zijn door verweerder bij uitspraak van 27 november 2000 afgewezen.

  2. Ontstaan en loop van het geding

    2.1. Verzoeker is van de in 1.2 genoemde uitspraak van verweerder op 5 januari 2001 in beroep gekomen bij het Hof. De achtste enkelvoudige belastingkamer van het Hof heeft bij mondelinge uitspraak van 6 november 2001, kenmerknummer BK-01/00054 het beroep gegrond verklaard, de uitspraak waarvan beroep vernietigd, de verzuimboete verminderd tot ƒ 250 en verweerder veroordeeld in de kosten van het beroep van ƒ 25 onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden en deze rechtspersoon gelast het voor die zaak gestorte griffierecht van ƒ 60 aan verzoeker te vergoeden. De mondelinge uitspraak is vervangen door een schriftelijke uitspraak op 28 juni 2002.

    2.2. Verzoeker heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

    2.3. Verzoeker heeft op 23 september 2003 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van het Hof, welk verzoek op 24 september 2003 is binnengekomen.

  3. Overwegingen omtrent het verzoek

    3.1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de belastingkamer van het Gerechtshof beroep is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT