Voorlopige voorziening van Gerechtshof Amsterdam, March 02, 2004

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2004/03/02
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

De negatieve ziekenfondsverklaring van belanghebbende is gebaseerd op navorderingsaanslagen wegens vermeende buitenlandse bankrekeningen. De voorzieningenrechter wijst een verzoek tot schorsing van de rechtsgevolgen van de navorderingsaanslagen af.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

UITSPRAAK VAN DE VOORZIENINGENRECHTER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8:84 VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

inzake: Z. X te Y, verzoeker,

tegen: de inspecteur van de Belastingdienst te P, de inspecteur.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Bij schrijven van 23 januari 2004 heeft mr. A namens verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, waarbij hij verzoekt om de rechtsgevolgen van de negatieve verklaring verplichte ziekenfondsverzekering 2004 en de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekering (IB/PVV) over de jaren 1999 en 2000 te schorsen en verzoeker te behandelen als ware er een positieve verklaring ziekenfondsverzekering zelfstandigen 2004 afgegeven.

    De inspecteur heeft gereageerd bij schrijven van 13 februari 2004.

    Het verzoek is behandeld ter zitting van 18 februari 2004, alwaar zijn verschenen de gemachtigde van verzoeker, vergezeld van verzoeker en diens echtgenote, alsmede namens de inspecteur mevr. mr. B, vergezeld van drs. C.

    Namens verzoeker is een pleitnota voorgedragen en overgelegd. De inspecteur heeft daarvan kennis genomen en heeft zich erover uitgelaten.

  2. Karakter voorlopige voorziening

    Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

    Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in de bodemprocedure.

  3. Feiten en omstandigheden

    3.1. Verzoeker is ondernemer en kwam in aanmerking voor de verplichte ziekenfondsverzekering. Voor het jaar 2004 wordt de verzekeringsplicht beoordeeld aan de hand van de belastbare inkomens in de basisreferteperiode 1999, 2000 en 2001, zoals die zijn vastgesteld op 1 oktober 2003. Voor de jaren 1999 en 2000 waren aanvankelijk definitieve aanslagen IB/PVV opgelegd naar belastbare inkomens van respectievelijk f 24.520 en f 27.460. Over het jaar 2001 is op 24 mei 2002 een voorlopige aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 12.232.

    Op 12 juni 2003 zijn navorderingsaanslagen over 1999 en 2000...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT