Cassatie van Gerechtshof Arnhem, 5 juni 2001

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 juni 2001
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
 
GRATIS UITTREKSEL

HR

Gerechtshof Arnhem

derde meervoudige belastingkamer

nummer 98/04193

U i t s p r a a k

op het beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: de BV) tegen de uitspraak van de Inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen [P] op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar voor het tijdvak 1 januari 1993 tot en met 31 december 1996 opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting.

  1. Naheffingsaanslag en bezwaar

    1.1. De naheffingsaanslag, genummerd [F01] en gedagtekend 30 juli 1998, bedraagt f 12.715,- aan belasting met, na kwijtschelding, een boete van f 6.357,-. Aan heffingsrente is f 839,- berekend.

    1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraak van 30 oktober 1998 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

  2. Geding voor het Hof

    2.1. Het beroepschrift is ter griffie ontvangen op 1 december 1998 en aangevuld op 22 februari 1999, waarbij bijlagen zijn overgelegd.

    2.2. Tot de stukken van het geding behoren het vertoogschrift en de daarin genoemde bijlagen.

    2.3. Bij de mondelinge behandeling op 31 oktober 2000 te Arnhem zijn gehoord [A, als gemachtigde en directeur van belanghebbende, alsmede de Inspecteur].

    2.4. De notities van het pleidooi dat de gemachtigde van belanghebbende bij de mondelinge behandeling heeft gehouden, worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.

  3. De vaststaande feiten

    Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet weersproken, de volgende feiten vast.

    3.1. [A] is enig aandeelhouder en directeur van de BV. [A] is eveneens de enige persoon die in de periode 1994 tot en met 1996 bij de BV in loondienst is.

    3.2. De activiteit van de door de BV gedreven onderneming bestaat uit de exploitatie van speelautomaten. Deze automaten worden door de BV (exploitant) geplaatst bij horeca-ondernemers (mede-exploitanten). De winstverdeling is 50% voor de exploitant en 50% voor de mede-exploitant.

    3.3. [A] bezoekt de mede-exploitanten op onregelmatige tijden. Bij die bezoeken worden de automaten door [A] geopend en wordt de in de geldlade van de automaat aanwezige opbrengst verdeeld.

    3.4. De BV boekt de totale opbrengst over een bepaalde periode in ÈÈn bedrag. In de administratie van de BV is de opbrengst per automaat of per mede-exploitant niet te traceren.

    3.5. Bij Besluit van 15 april 1996, nr. AFZ95/4121M (hierna: het Besluit), heeft de staatssecretaris van FinanciÎn een beleidsregel gegeven inzake de registratie van tellerstanden in speel- en behendigheidsautomaten. Tegelijk met het Besluit is in een persbericht van het ministerie van FinanciÎn (nr. 96/69) aangekondigd dat in 1996 de Belastingdienst op grote schaal de bewaar- en registratieplicht in de speelautomatenbranche zal controleren.

    3.6. In dit kader is aan belanghebbenden schriftelijk bericht dat ingevolge het Besluit vanaf 15 april 1996 tellerstanden van automaten moesten worden bijgehouden. Voorts is de BV tweemaal in juni 1996 Èn op 2 september 1996 telkens door twee ambtenaren van de Belastingdienst bezocht. Daarbij is iedere keer met [A] gesproken. Tijdens deze bezoeken bleek dat door de BV nog geen tellerstanden werden bijgehouden. Eind juni 1996 heeft de Belastingdienst in verband hiermee de BV schriftelijk gewaarschuwd.

    3.7. Op 17 maart 1997 is proces-verbaal opgemaakt wegens het door de BV opzettelijk niet voeren van de vereiste administratie.

    3.8. Bij brief van 2 juni 1997 heeft de Contactambtenaar AWR van de Belastingdienst/Directie Ondernemingen [P], na overleg met de Officier van Justitie te Almelo, aan de BV wegens het opzettelijk niet voldoen aan de administratieplicht een transactie ter voorkoming van strafvervolging aangeboden onder de volgende voorwaarden:

    - alsnog gaan voldoen aan de administratieplicht betreffende speelautomaten zoals gespecificeerd in het Besluit van 15 april 1996, nr. AFZ95/4121M;

    - betaling van een bedrag van f 5.000,-.

    De BV heeft het transactieaanbod niet aanvaard.

    3.9. Op 20 april 1998 is aan de gemachtigde van de BV een concept-controlerapport toegezonden van een begin 1998 bij de BV gehouden boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften vennootschapsbelasting 1993 tot en met 1996, de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1993 tot en met 31 december 1996 en de aangiften loonbelasting 1 januari 1993 tot en met 31 december 1996.

    3.10. Het rapport vermeldt onder meer het volgende:

    omzet volgens de jaarstukken (excl. OB)

    1993 1994 1995 1996

    f 176.600 f 120.497 f 112.923 f 98.781

    met betrekking tot de 14...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT