Hoger beroep van Gerechtshof Leeuwarden, May 28, 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2008/05/28
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Het hof stelt voorop dat het bij vooropgesteld dat het bij de onderhavige CAO gaat om uitleg van bepalingen die algemeen verbindend zijn verklaard en dat daarbij in beginsel de bewoordingen daarvan en eventueel van de daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst, van doorslaggevende betekenis zijn. Daarbij komt het niet aan op de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Arrest d.d. 28 mei 2008

Rolnummer 0700355

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante ],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [appellante ],

procureur: mr. P. Stehouwer,

tegen

Personenvervoer Groningen B.V.,

gevestigd te Groningen,

gentimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: PVG

procureur: mr. P. Tuinman.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen

uitgesproken op 30 november 2006 en 15 februari 2007 door de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen, verder aan te duiden als de kantonrechter.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 26 april 2007 is door [appellante ] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 15 februari 2007 met dagvaarding van PVG tegen de zitting van 13 juni 2007.

De conclusie van de memorie van grieven, waarbij producties zijn overgelegd, luidt:

"dat [appellante ] het Gerechtshof te Leeuwarden verzoekt het vonnis van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen van 15 februari 2007 te vernietigen en de vorderingen van appellante alsnog toe te wijzen, dit met veroordeling van gentimeerde tot betaling van de proceskosten in beide instanties en met veroordeling van PVG tot (terug)betaling van een bedrag van € 500,-- wegens ten onrechte betaalde proceskosten betreffende de eerste instantie, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag waarop de appeldagvaarding is uitgebracht tot aan de dag der algehele voldoening".

Bij memorie van antwoord is door PVG verweer gevoerd met als conclusie:

"bij arrest, voorzover wettelijk mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bekrachtigen het vonnis waarvan beroep, en [appellante ] te veroordelen in de kosten van beide instanties".

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellante ] heeft twee grieven opgeworpen.

De beoordeling

Ten aanzien van de feiten

  1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 1 (1.1. tot en met 1.5) van genoemd vonnis van 15 februari 2007 is geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.

    Het hof zal die feiten hierna herhalen, aangevuld met enige feiten die in hoger beroep tevens als vaststaand hebben te gelden.

    1.1 [appellante ] is vanaf 1 oktober 2001 tot en met 21 november 2005 in dienst geweest bij PVG als taxichauffeur. Zij had een contract als oproepkracht voor een onbepaald aantal uren. Zij kreeg uitsluitend de gewerkte uren betaald.

    1.2 Op de arbeidsovereenkomst was de CAO Taxivervoer van toepassing.

    1.3 Op 13 oktober 2004 heeft [appellante ] zich ziek gemeld. In de 13 daaraan voorafgaande weken heeft zij gemiddeld 33,04 uren per week gewerkt.

    1.4 Artikel 8.1 van de toepasselijke CAO, getiteld "loondoorbetaling bij ziekte" bepaalt ondermeer:

  2. a De werknemer die wegens ziekte niet in staat is om zijn werkzaamheden te verrichten, heeft over een tijdvak van maximaal 52 weken recht op doorbetaling van 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon. (...). Voor parttimers en M.U.P.-krachten met wisselende aantallen arbeidsuren wordt ingeval van ziekte onder nar tijdsruimte vastgesteld brutoloon verstaan, het totale bruto loon over de laatste 13 volle weken voorafgaande aan de ziekte, gedeeld door 65

    1. Indien het dienstverband een jaar of langer heeft geduurd, maakt de werknemer vanaf het moment van aanvang van de ziekte aanspraak op een aanvulling tot het laatstverdiende loon volgens onderstaande systematiek

    - Per vol dienstjaar wordt een recht op aanvulling opgebouwd van 10 weken dit tot een maximum van 52 weken.

    - In geval van ziekte wordt het recht op aanvulling geldend gemaakt tot het maximum van de tot dat dienstjaar opgebouwde aanvullingsrechten. (...). .

    (...)

  3. In geval van ziekte wordt onder laatstverdiend loon in de zin van dit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT