Herziening van Centrale Raad van Beroep, September 26, 2012

Datum uitspraak:2012/09/26
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

 
GRATIS UITTREKSEL

10/6937 WW, 10/6938 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 december 2010, 10/890 WW, 10/891 WW

Partijen:

[Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 26 september 2012

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 december 2010, LJN BO7197.

Het Uwv heeft hierop gereageerd.

Een verzoek om wraking van het lid van de enkelvoudige kamer is door de Raad afgewezen bij beslissing van 14 juni 2012, LJN BX2480.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2012. Verzoekster is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer.

Omdat was gebleken dat de bij aangetekende brief aan verzoekster gezonden uitnodiging om op de zitting te verschijnen door de griffier was terugontvangen en nog geen uitnodiging bij gewone brief was verzonden, is het onderzoek ter zitting geschorst.

De griffier heeft verzoekster zowel bij aangetekende als bij gewone brief uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van 5 september 2012, waar het onderzoek is hervat. Verzoekster is niet verschenen. Het Uwv heeft zich opnieuw laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer.

OVERWEGINGEN

  1. De Raad gaat uit van de volgende van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Bij besluit van 12 december 2008 heeft het Uwv de betaling aan verzoekster van de uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) met ingang van 17 november 2008 geschorst omdat verzoekster aan haar gevraagde informatie niet tijdig heeft verstrekt. Bij besluit van 19 december 2008 heeft het Uwv de WW-uitkering van verzoekster met ingang van 17 november 2008 ingetrokken op de grond dat het recht op uitkering niet is vast te stellen.

    1.2. Bij twee besluiten van 16 februari 2009 heeft het Uwv de bezwaren van verzoekster tegen de besluiten van 12 december 2008 en 19 december 2008 ongegrond verklaard.

    1.3. De rechtbank heeft bij uitspraak van 4 februari 2010 de door verzoekster ingestelde beroepen tegen de besluiten van 16 februari 2009 ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoekster hoger beroep ingesteld.

    1.4. De Raad heeft bij uitspraak van 8 december 2010 de uitspraak van de rechtbank van 4 februari 2010 bevestigd. Het standpunt van verzoekster dat zij niet gehouden was informatie te verstrekken over haar activiteiten in het kader van het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT