Herziening van Centrale Raad van Beroep, 12 oktober 2012

Datum uitspraak:12 oktober 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, lid 1, van de Awb.

 
GRATIS UITTREKSEL

10/6860 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van

11 november 2010, 09/4926 WAO

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2012. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

  1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet en artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

    a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

    b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

  2. Bij de uitspraak van 11 november 2010, waarvan thans herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 augustus 2009 met nummer 08/802 in hoger beroep bevestigd. De rechtbank heeft hierbij het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Het beroep betrof de weigering van het Uwv om aan verzoeker een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen.

  3. Verzoeker heeft thans aangevoerd dat de desbetreffende uitspraak van de Raad in strijd is met het recht en dat de Raad verzuimd heeft fouten te herstellen die het Uwv heeft gemaakt.

  4. De Raad komt tot het volgende oordeel.

    4.1. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. De Raad merkt op dat verzoeker hierbij had moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 11 november 2010 en die bij verzoeker pas daarna bekend zijn geworden. Dat door het Uwv bij de weigering een WAO-uitkering toe te kennen fouten zijn gemaakt die niet eerder dan die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT