Kort geding van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, October 16, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/10/16
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

vordering tot opheffing beslag op grond van misbruik van executiebevoegdheid.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.103.482/01

arrest van 16 oktober 2012

in de zaak van

Coöperatie Vakantiecentrum Schin op Geul U.A.,

gevestigd en kantoor houdende te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. M.J. Folkeringa,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.Ph.E.M. Cratsborn,

op het bij exploot van dagvaarding van 6 maart 2012 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht gewezen vonnis in kort geding van 8 februari 2012 tussen appellante - de Coöperatie - als gedaagde en geïntimeerde - [geïntimeerde]- als eiser.

  1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 168651/ KG ZA 12-40)

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1. In de dagvaarding in hoger beroep heeft de Coöperatie twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot (naar het hof begrijpt, afwijzing alsnog van de vorderingen van [geïntimeerde] en) veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties.

    2.2. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden.

    2.3. Partijen hebben daarna bij schriftelijk pleidooi hun standpunten nader doen toelichten. [geïntimeerde] heeft daarbij drie producties overgelegd.

    2.4. Na een akte uitlaten producties van de Coöperatie hebben de partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

  3. De gronden van het hoger beroep

    Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de dagvaarding in hoger beroep.

  4. De beoordeling

    4.1.1. Het gaat in deze zaak om het volgende:

    1. [geïntimeerde] is sedert 17 juni 2006 eigenaar van twee vakantiewoningen (nrs. [nr. A] en [nr. B]) op het park van de Coöperatie op het adres [straatnaam] te [vestigingsplaats].

    2. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 13 oktober 2010 van de rechtbank Breda (prod. G4 pleitnota de Coöperatie in eerste aanleg) is [geïntimeerde] in conventie veroordeeld om aan de Coöperatie een bedrag van € 22.822,66, te vermeerderen met wettelijke rente, te betalen terzake door hem aan de Coöperatie verschuldigde (voorschot)parkbijdragen over de jaren 2007 tot en met 2009. De vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie werden bij voormeld vonnis afgewezen en [geïntimeerde] werd tezamen met vijf andere gedaagden in conventie en twee mede-eisers in reconventie verwezen in de proceskosten van de conventie en de reconventie.

    3. De Coöperatie heeft voormeld vonnis op 5 november 2010 aan [geïntimeerde] laten betekenen.

    4. Bij brief van 9 november 2010 heeft de advocaat van [geïntimeerde] (en twee van diens mede-gedaagden in voormelde procedure) aan de deurwaarder laten weten: “(…) Cliënten hebben de gevorderde bedragen niet per direct voorhanden, zodat zij nadrukkelijk niet binnen de door uwerzijds gestelde termijn c.q. nagenoeg per ommegaande aan uw vorderingen kunnen voldoen. Cliënten verzochten mij om aan u alvast te willen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT