Wraking van Rechtbank Roermond, 21 november 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 november 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Roermond
SAMENVATTING

Processuele, rechterlijke beslissing levert in beginsel geen feiten of omstandigheden op waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Geen zwaarwegende omstandigheden gebleken die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Een in de ogen van verzoeker onvolledig en/of gebrekkig proces-verbaal van comparitie is geen blijk van een gebrek aan onpartijdigheid.

 
GRATIS UITTREKSEL

Beslissing

RECHTBANK ROERMOND

Wrakingskamer

Nummer: W 9/2012

Beslissing op een verzoek tot wraking van de leden van de rechtbank mrs. [rechter 1] (voorzitter), [rechter 2] en [rechter 3] (verder ook aangeduid als de rechters), welk verzoek is ingediend door de advocaat mr. J.F. Vermeulen namens de heer [verzoeker] (verder aangeduid als verzoeker).

  1. De feiten en de procedure met betrekking tot het wrakingsverzoek

    1.1. De rechters zijn belast met de behandeling van de schadestaatprocedure van verzoeker tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Astrum Automotive B.V. (verder aangeduid als de wederpartij), bij de rechtbank bekend onder nummer [zaaknummer].

    1.2. In die procedure heeft op 17 september 2012 tegenover de rechters een comparitie van partijen plaatsgevonden. Op die comparitie zijn partijen verschenen, bijgestaan door hun advocaten.

    1.3. Verzoeker heeft bij verzoekschrift van 11 oktober 2012 de wraking van de rechters verzocht.

    1.4. Een kopie van dat verzoekschrift is op 15 oktober 2012 gezonden aan de gewraakte rechters en aan mr. P.A.J.M. Lodestijn, de advocaat van de wederpartij.

    1.5. De rechters hebben schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd. Van deze reactie is op 29 oktober 2012 een kopie gezonden aan verzoeker en aan de advocaat van de wederpartij.

    1.6. Bij brief van 7 november 2012 heeft de advocaat van de wederpartij schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek en daarin gesteld dat er tijdens de comparitie van partijen niets is voorgevallen dat (de schijn van) partijdigheid dan wel vooringenomenheid van de rechters zou kunnen rechtvaardigen. In die brief is aangegeven dat de wederpartij en haar advocaat afzien van een mondeling verhoor door de wrakingskamer.

    1.7. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 14 november 2012. Bij deze behandeling zijn verschenen verzoeker, bijgestaan door mr. J.F. Vermeulen, [A] (vader van verzoeker) en [B] (broer van verzoeker) en de rechters. De wrakingskamer heeft de verschenen personen in elkaars tegenwoordigheid gehoord.

  2. De gronden van het wrakingsverzoek

    2.1. Het wrakingsverzoek is - samengevat - gebaseerd op de volgende gronden.

    2.2. De partijdigheid en vooringenomenheid van de rechters heeft verzoeker afgeleid uit de wijze waarop de rechters tijdens de comparitie zijn zaak hebben behandeld, waarbij onder meer het rechtsbeginsel van “hoor en wederhoor” is geschonden en uit het gebrekkige en onvolledige proces-verbaal dat van die comparitie is opgemaakt. Verzoeker heeft zijn verzoek als volgt (nader) toegelicht.

    2.3. De wederpartij heeft in haar conclusie van antwoord in de schadestaatprocedure een vraag opgeworpen over de uitleg van het dictum van het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 april 2007, gewezen in de hoofdprocedure tussen verzoeker en de wederpartij (verder in navolging van verzoeker aangeduid als het geschilpunt Astrum). Bij aanvang van de comparitie heeft de voorzitter meegedeeld dat de rechtbank partijen eerst de gelegenheid geeft om hun standpunt toe te lichten met betrekking tot het geschilpunt Astrum, dat de rechtbank na die toelichting de behandeling zal schorsen en dat daarna een agenda zal worden vastgesteld ten aanzien van het verdere verloop van de mondelinge behandeling. De voorzitter heeft verzuimd om bij de aanvang van de comparitie de belangrijkste geschilpunten te bespreken en/of de problemen helder en efficiënt in kaart te brengen. Over het geschilpunt Astrum heeft de rechtbank in het geheel geen vragen gesteld. Verzoeker heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het geschilpunt Astrum niet aan de orde kan zijn, omdat een reconventionele vordering ten aanzien daarvan ontbreekt.

    2.4. Verzoeker heeft de schadestaatprocedure aanhangig gemaakt, maar tijdens de comparitie is zijn vordering in het geheel niet besproken. Verzoeker heeft verzocht om zijn vordering te mogen toelichten, maar de voorzitter heeft geantwoord dat de rechtbank eerst de behandeling zal schorsen en dat tijdens de schorsing het verdere verloop van de mondelinge behandeling zal worden vastgesteld. Na de tweede schorsing heeft de voorzitter meegedeeld dat de rechtbank heeft besloten de mondelinge behandeling van de zaak te beëindigen, omdat de rechtbank eerst enkel en alleen een oordeel dient te geven over het geschilpunt Astrum en dat partijen de mogelijkheid geboden zal worden om van het te wijzen tussenvonnis ter zake van het geschil Astrum tussentijds hoger beroep in te stellen. Aldus heeft de rechtbank de door de wederpartij in haar conclusie van antwoord uitgezette lijn gevolgd en in het voordeel van de wederpartij beslist, zonder verzoeker de gelegenheid te geven zich daarover uit te laten. Die beslissing is partijdig, althans bij verzoeker is daardoor de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT