Voorlopige voorziening van Rechtbank Assen, 29 november 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:29 november 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De bestreden schorsing in het belang van de dienst betreft geen sanctie maar een ordemaatregel die volgens vaste rechtspraak in beginsel neutraal en niet diffamerend is. Mede gelet op de informatie die via de media naar buiten is gekomen kan de voorzieningenrechter verzoeker volgen in zijn stelling dat deze maatregel in... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 12/737

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 november 2012 in de zaak tussen

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

(gemachtigde: mr. P.A. Boontje),

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tynaarlo, verweerder.

(gemachtigde: mr. M.J.F. Nuijens).

Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2012 (bestreden besluit) heeft verweerder bevestigd dat verzoeker met ingang van 8 oktober 2012 geschorst is in het belang van de dienst.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij brief van 30 oktober 2012 heeft verzoeker tevens aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht en voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 november 2012. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen evenals mr. J.P.J. van Muijen.

Overwegingen

  1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

  2. Verzoeker is sinds [datum] werkzaam in dienst bij (de rechtsvoorgangers van) de gemeente Tynaarlo, laatstelijk als [functie].

    In een gesprek op 8 oktober 2012 heeft de concernmanager BMO verzoeker meegedeeld dat hij met onmiddellijke ingang wordt geschorst in het belang van de dienst. De volgende dag is de schorsing van verzoeker bij het bestreden besluit bevestigd namens verweerder. Verweerder heeft hierbij als reden opgegeven dat verzoeker zich vermoedelijk schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Verweerder heeft besloten hiernaar een feitenonderzoek te laten doen voor de duur waarvan verzoeker geschorst blijft.

  3. Verzoeker heeft primair verzocht het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen en daarbij te bepalen dat hij per direct weer wordt toegelaten tot zijn werk met een passende rehabilitatie.

    Verzoeker is van mening dat hij een zeer spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. Hierbij heeft verzoeker toegelicht dat de schorsing diffamerend en onnodig reputatiebeschadigend is. De zaak heeft inmiddels ook de nodige aandacht in de media gekregen. Volgens verzoeker brengt iedere dag dat de schorsing voortduurt hem verdere schade toe.

  4. Naar aanleiding hiervan constateert de voorzieningenrechter allereerst dat de schorsing die verzoeker in het belang van de dienst is opgelegd geen sanctie betreft maar een ordemaatregel. Volgens rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (bijvoorbeeld de uitspraak van 3 mei 2007, LJN: BA5257) is deze ordemaatregel in beginsel...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT