Voorlopige voorziening van Rechtbank Dordrecht, 14 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:14 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Dordrecht
SAMENVATTING

Voorlopige voorziening. Beslissing over het beëindigen van c.q. een beslissing tot het niet toelaten tot schuldhulpverlening na 1 juli 2012 is besluit. Geen dossiervorming in het kader van schuldhulpverlening. Bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de schuldhulpverlening moet worden hervat. De wetgever heeft blijkens de Memorie van Toelichting bij de wet uitdrukkelijk niet beoogd in de Wgs een aanspraak op schuldhulpverlening in de zin van die wet voor een inwoner jegens zijn gemeente te creëren (Kamerstukken II, 2009/2010, 32 291, nr. 3, p. 10, en nr. 4, p. 6). Wel heeft de wetgever in artikel 2 van de Wgs de verplichting voor de raad opgenomen een plan op te stellen en daarin de hoofdzaken op te nemen van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening (hierna: het plan) en in ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 12/1363

uitspraak van de voorzieningenrechter

inzake

[naam 1] en [naam 2], wonende te [woonplaats], verzoekers,

gemachtigde: mr. drs. A. de Raad, advocaat te Dordrecht,

en

het Drechtstedenbestuur, verweerder,

gemachtigde: mr. T. Franssen, werkzaam bij de Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: SDD).

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Bij brief van 26 september 2012 heeft de SDD verzoekers bericht dat de schuldhulpverlening aan hen wordt beëindigd op de grond van hen op 14 september 2012 twee e-mailberichten zijn ontvangen met dreigende uitspraken.

    Tegen dit bericht hebben verzoekers bij brief van 6 november 2012 bezwaar gemaakt bij verweerder.

    Bij brief van eveneens 6 november 2012 hebben verzoekers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht.

    Het verzoek om voorlopige voorziening is op 27 november 2012 ter zitting behandeld.

    Verzoekers zijn in persoon verschenen, vergezeld van hun gemachtigde.

    Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

  2. Overwegingen

    2.1. Wettelijk kader

    2.1.1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

    Uit artikel 8:1 van de Awb in samenhang gelezen met artikel 7:1 van de Awb volgt dat slechts bezwaar kan worden gemaakt bij het bestuursorgaan en beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter tegen een besluit in de zin van de Awb.

    Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

    2.1.2. Op 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Wgs) in werking getreden.

    Artikel 1 van de Wgs bepaalt dat in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    - college: college van burgemeester en wethouders;

    - schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;

    - verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening.

    Artikel 2 van de Wgs bepaalt:

  3. De gemeenteraad stelt een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente.

  4. De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden.

  5. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen.

  6. In het plan wordt in ieder geval aangegeven:

    1. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen;

    2. welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd;

    3. het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode, en

    4. hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.

  7. In het plan kan de gemeenteraad aangeven onder welke voorwaarden het college de verzoeker verplicht over een basisbankrekening te beschikken.

    Artikel 3 van de Wgs bepaalt:

  8. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  9. Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening.

  10. Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd.

  11. Met betrekking tot een ingezetene zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is het college verantwoordelijk dat krachtens artikel 40 van de Wet werk en bijstand aangewezen is voor de verlening van bijstand.

  12. Een vreemdeling kan voor het verlenen van schuldhulpverlening slechts in aanmerking komen indien hij een ingezetene is die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.

    2.1.3. Ingevolge artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet kunnen van het gemeentebestuur regeling en bestuur worden gevorderd bij of krachtens een andere dan deze wet ter verzekering van de uitvoering daarvan.

    Ingevolge artikel 147, derde lid, van de Gemeentewet berusten de overige bevoegdheden, bedoeld in artikel 108, tweede lid, bij het college, voor zover deze niet bij of krachtens de wet aan de raad of de burgemeester zijn toegekend.

    2.1.4. Op 8 maart 2006 hebben de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, 's-Gravendeel, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht de Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (hierna: Grd) vastgesteld. In de nu geldende Grd, versie 7.0, is het volgende bepaald.

    Ingevolge artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Grd vervult het openbaar lichaam Drechtsteden de taken welke bij...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT