Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Alkmaar, December 20, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/20
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

Zestienjarige verdachte veroordeeld wegens doodslag. Verdachte werd ervan beschuldigd dat hij op 7 maart 2012 op de kermis in Hoorn een andere jongen van 17 jaar zou hebben doodgestoken. De advocaat had vrijspraak bepleit. De verdachte had verklaard dat hij wel een mes bij zich had, maar dat hij dat tegen zich aan had gehouden. De andere jongen zou tijdens een gevecht op hem zijn gevallen,... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14/811018-12 (P)

Datum uitspraak: 20 december 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor kinderstrafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres].

  1. Het onderzoek ter terechtzitting

    Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

    28 november 2012 en 7 december 2012.

    De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.G.C. Panhorst, en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte, mr. A.N. Slijters, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

  2. De tenlastelegging

    Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd, dat

  3. (primair)

    hij op of omstreeks 17 maart 2012 in de gemeente Hoorn opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp, in het lichaam (de borst, ter hoogte van het hart) van die [slachtoffer] gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

    (subsidiair)

    hij op of omstreeks 17 maart 2012 in de gemeente Hoorn, roekeloos, althans grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gehandeld jegens [slachtoffer], waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat die [slachtoffer] is komen te overlijden, door:

    - zich (op de kermis) te begeven in een (gevechts-)situatie met anderen, waaronder het latere slachtoffer, terwijl hij in het bezit was van een mes en/of

    - dat mes (tijdens dat/het gevecht) (uit zijn, verdachtes, zak) te pakken en in zijn, verdachtes, hand te houden en/of

    - die [slachtoffer] tegen diens borst te duwen (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] [door dat mes is gestoken/geraakt althans in dat mes] is gevallen) en/of

    - (door)dat die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of op verdachte is gevallen, die op de grond lag, met dat mes in zijn, verdachtes, hand (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] [door dat mes is gestoken/geraakt althans in dat mes] is gevallen),

    waardoor die [slachtoffer] is overleden, terwijl die schuld bestaat uit roekeloosheid.

    Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

  4. De voorvragen

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

  5. Overweging ten aanzien van het bewijs

    1. Inleiding

      Op 17 maart 2012 vindt een vechtpartij plaats op de kermis op het Aagje Dekenplein in Hoorn. Bij deze vechtpartij zijn onder andere [slachtoffer] en [verdachte] betrokken. Na deze vechtpartij wordt [slachtoffer] op straat aangetroffen met een steekwond in zijn borst. Ten gevolge van deze steekwond is [slachtoffer] op 18 maart 2012 omstreeks 00.15 uur overleden.

      De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of [verdachte] deze fatale steekwond bij [slachtoffer] heeft toegebracht en zo ja of dit handelen te kwalificeren valt als doodslag dan wel dood door schuld.

    2. Standpunt van de officier van justitie

      De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

    3. Standpunt van de verdediging

      De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten.

    4. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

      De getuigenverklaring van [getuige 4]

      Uit de verschillende getuigenverklaringen valt af te leiden dat er op een bepaald moment twee ‘gevechten’ plaatsvonden; één tussen [getuige 1] en [getuige 2] en één tussen [slachtoffer] en [verdachte]. De raadsvrouw heeft als verweer aangevoerd dat de verklaring van de getuige [getuige 4] niet aan het bewijs van het ten laste gelegde kan bijdragen, omdat hij evident de vechtpartij tussen [getuige 1] en [getuige 2] beschrijft.

      De rechtbank komt tot een ander oordeel en overweegt daartoe het volgende.

      De [getuige 4] heeft, kort na het feit, op 21 maart 2012 bij de politie verklaard : “De vriend van de jongen die dood is, met een pet, zei: “Waarom heb je een grote bek tegen dat meisje? Ik ga mensen op je afsturen, je gaat problemen krijgen”. Toen zei die andere jongen, een kale jongen op een fiets, “Stuur ze maar, ik wacht hier.” Die jongen met pet wilde de jongen op de fiets slaan, en er waren twee meisjes die hem tegen wilden houden. Hij rukte zich los en gaf de jongen een vuist in zijn gezicht en volgens mij ook een trap. Toen gooide die kale jongen zijn fiets op de grond en ging vechten. Een jongen met een capuchon en de jongen die nu dood is waren al een beetje aan het vechten, ik had hun nog niet eerder gezien want ik lette op de andere twee jongens. De jongen met de capuchon trapte de andere jongen en stak hem daarna meteen. Ik heb dat mes niet gezien, nee. Ik zag wel dat hij zo, je gaat niet van, een vuist geven. Ik zag de jongen die nu dood is naar zijn zij grijpen. Het slachtoffer rende toen weg en ik hoorde de jongen met capuchon tegen hem zeggen “poesie, poesie, kom terug, anders ben je een poesie”. Ik stond op ik denk 8 meter. Ik kan goed kijken en ik draag geen bril of contactlenzen.”

      Op 30 oktober 2012 heeft deze getuige bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank als volgt verklaard:

      “Ik keek en zag dat twee jongens met twee andere jongens begonnen te vechten. Twee jongens bij het bankje en twee jongens bij de parkeerplaatsen. Eén van die jongens droeg een bontjas, één had iets van Gucci (tasje of petje). Van die jongen die later bleek te zijn gestoken zag ik dat hij eerst een trap kreeg en daarna zwaaide die andere jongen met zijn vuist tegen zijn buik. De jongen deed beide handen op zijn buik, ging achteruit, draaide zich om en rende weg. De jongen die hem die trap en vuist had gegeven riep toen iets van “kom pussy, flikker”. De jongen die de trap had gegeven had volgens mij een capuchon op, maar dat weet ik niet zeker. Hij was gewoon blank.

      U vraagt mij hoe ik weet dat die jongen op de grond dezelfde jongen is als degene die de trap en de vuist had gekregen. Toen ik de jongen op de grond zag liggen na het vechten, zag ik ook een meisje met een beetje huidkleurige of paarse jas volgens mij. Zij ging de jongen die was weggerend, zoeken. Toen ze de jongen op de grond zag liggen, ging ze ook een beetje schreeuwen. (…) Toen die jongen die de trap en de vuist had gekregen, wegrende, zag ik dat hij gelijk de hoek om ging. Ik ben toen ook weggegaan en toen ik de jongen zag liggen, dacht ik: niemand gaat zo op de stoep liggen. Ik ben ernaar toe gegaan, want dat meisje begon al half te schreeuwen. (…) De jongen die later op de grond lag, herkende ik omdat dat meisje eerst bij het groepje was en zei: “Ik ga hem zoeken”. Daarna zag ik haar bij die jongen op de grond.

      Als ik het heb over een bontjas, bedoel ik een jas met een bontkraag. Ik zou niet durven zeggen wie nou met wie vocht. Eigenlijk heb ik steeds naar één stel vechtende jongens gekeken. Dat was...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT