Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem, 18 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Schenking. Notariële akte. Bewijskracht. Tegenbewijs. Bewijsopdracht.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.021.354

(zaaknummer rechtbank 93308)

arrest van de vierde kamer van 18 december 2012

in de zaak van

[appellant1],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. A.L. Ruiter,

tegen:

  1. [geïntimeerde sub 1],

    wonende te [woonplaats],

    geïntimeerde,

    hierna: [geïntimeerde sub 1],

    niet verschenen,

    en

  2. [geïntimeerde sub 2],

    wonende te [woonplaats],

    geïntimeerde,

    hierna: [geïntimeerde sub 2],

    advocaat: mr. A. Hurenkamp.

  3. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van

    25 juni 2008 en 20 augustus 2008 die de rechtbank Almelo tussen [appellant] als eiser en

    [gedaagde] als gedaagde heeft gewezen.

  4. Het geding in hoger beroep

    2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding in hoger beroep van 18 november 2008,

    - de verstekverlening jegens [geïntimeerde sub 1],

    - de memorie van grieven van [appellant],

    - de memorie van antwoord van [geïntimeerde sub 2].

    2.2 Vervolgens hebben [appellant] en [geïntimeerde sub 2] arrest gevraagd, heeft [geïntimeerde sub 2] de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

  5. De vaststaande feiten

    3.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

    3.2 Partijen zijn zonen van mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder) en [de vader] (hierna: de vader). De moeder en de vader zullen tezamen worden aangeduid als de ouders. De vader is overleden op [datum]. De moeder is overleden op [datum]. Partijen zijn de enige erfgenamen van de moeder.

    3.3 Bij notariële akte van [de scheidingsakte] (hierna: de schenkingsakte) is het volgende verklaard:

    “De comparant sub 1 verklaarde namens zijn genoemde volmachtgevers bij deze van hand tot hand te schenken aan de volmachtgever sub 2, een bedrag in contanten ad NEGEN EN DERTIG DUIZEND EENHONDERD NEGENTIEN GULDEN ( f 39.119,00), welke schenking de comparant sub 2 verklaarde voor zijn genoemde volmachtgever aan te nemen en te hebben ontvangen.”

    Daarbij zijn:

    - “comparant sub 1”: de heer mr. P. Alberda, kandidaat-notaris,

    - “genoemde volmachtgevers”: de ouders,

    - “comparant sub 2”: de heer H. Woertink, notarisklerk,

    - “volmachtgever sub 2” en “genoemde volmachtgever”: [appellant].

    Volgens de tekst van die akte is die akte verleden voor notaris mr. G. Smelt.

    3.4 Bij brief van 11 juli 2007 heeft de toenmalige advocaat van [appellant], mr. N.M. Nijhoff, onder meer het volgende aan de moeder geschreven:

    “Op 3 juli 2007 hebben wij de bovenvermelde kwestie met elkaar besproken. U heeft erkend dat cliënt nog steeds recht heeft op het eerder aan hem toegezegde schenkingsbedrag ad

    € 17.751,43 ( f 39.119,--) zoals omschreven in mijn brief van 11 juni 2007.

    U geeft aan enerzijds wel tot uitbetaling van het schenkingsbedrag (vermeerderd met rente en kosten) te willen overgaan. Anderzijds weerhoudt het feit dat uw andere zoon (de heer [geïntimeerde sub 2]) niet wenst mee te werken aan de betaalbaarstelling om tot uitbetaling van de schenking over te gaan. Dit, omdat u aangeeft dat de schenking betaald moet worden uit het maatschapsvermogen en uw andere zoon als mede-maatschapslid daaraan niet mee zou...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT