Hoger beroep kort geding van Gerechtshof Arnhem, December 18, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/18
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Kort geding; particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering; toedrachtonderzoek door observaties; Gedragscode Persoonlijk Onderziek van het Verbond van Verzekeraard; autogebruik en Amytriptylinegebruik

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.102.595

(zaaknummer rechtbank 314991)

arrest van de eerste kamer van 18 december 2012

in het kort geding van

de naamloze vennootschap

N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij,

gevestigd te Amersfoort,

appellante,

hierna: De Amersfoortse,

advocaat: mr. B. Holthuis,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. K.F.J. Machielsen.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 4 januari 2012 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht in kort geding heeft gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres en De Amersfoortse als gedaagde.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 1 februari 2012,

    - de akte van depot van De Amersfoortse,

    - de memorie van grieven met producties,

    - de memorie van antwoord met producties.

    2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

  3. De vaststaande feiten

    Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.7 van het vonnis.

  4. De motivering van de beslissing in hoger beroep

    4.1 [geïntimeerde] heeft in 1993 het risico van arbeidsongeschiktheid voor haar beroep van etaleuse verzekerd bij De Amersfoortse. Artikel 4 van de polisvoorwaarden bepaalt onder meer:

    "Van arbeidsongeschiktheid is uitsluitend sprake, indien er in de relatie tot ziekte of ongeval objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan waardoor de verzekerde beperkt is in zijn functioneren. Onverminderd het hierboven bepaalde wordt arbeidsongeschiktheid aanwezig geacht, indien de verzekerde voor tenminste 25% ongeschikt is tot het verrichten van de werkzaamheden verbonden aan zijn op het polisblad vermelde beroep, zoals dat voor deze beroepswerkzaamheden in de regel en redelijkerwijs van hem kan worden verlangd."

    Over de perioden van 27 april 2004 tot 1 mei 2005, van 15 mei 2005 tot 27 oktober 2009 en van 2 februari tot 1 april 2010 heeft De Amersfoortse onder de polis met wisselende percentages uitkeringen aan [geïntimeerde] verstrekt.

    4.2 [geïntimeerde] heeft De Amersfoortse in kort geding gedagvaard en gevorderd:

    primair: De Amersfoortse te veroordelen om op en na 1 februari 2009 aan [geïntimeerde] een bedrag van € 1.590 per maand te betalen, onder aftrek van hetgeen De Amersfoortse nadien betaalde, vermeerderd met de wettelijke rente,

    subsidiair: De Amersfoortse te veroordelen om aan [geïntimeerde] een voorschot te betalen van € 30.000, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,

    in beide gevallen met veroordeling van De Amersfoortse in de proceskosten.

    Daartoe heeft [geïntimeerde] gesteld dat zij op grond van bij haar gestelde diagnoses fibromyalgie, impingement (inklemming) syndroom van de rechterschouder en bekkeninstabiliteit arbeidsongeschikt is. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat zij door het gebruik van het haar voorgeschreven medicijn tryptizol, dat de rijvaardigheid kan beïnvloeden, niet kan autorijden en daarom haar werk niet kan uitoefenen.

    De Amersfoortse heeft een en ander gemotiveerd betwist.

    4.3 De voorzieningenrechter heeft, samengevat, het volgende geoordeeld.

    rov. 4.7: Tegenover de door de huisarts en de behandelend reumatoloog gestelde, noodzakelijkerwijs op subjectieve klachten gebaseerde, diagnose fibromyalgie staat de conclusie van verzekeringsgeneeskundige Schonagen in zijn rapport van 16 december 2010 dat er, ook bij de specialistische onderzoeken (van orthopeed, neuroloog, reumatoloog en psychiater), geen aanwijzingen zijn voor het bestaan van invaliderende somatische of psychische afwijkingen of een vermoeden van een ziekteproces.

    rov. 4.8: De in het rapport van het Neuro-orthopedisch Centrum van 12 september 2006 gestelde diagnoses van bekkeninstabiliteit en impingement (beklemming) van de rechterschouder dateren van 2006, terwijl uit dat rapport niet kan worden afgeleid dat de geconstateerde aandoeningen onveranderd zullen voortduren en blijvend tot arbeidsongeschiktheid zullen leiden. Het rapport constateert dat er voor de aandoening bekkeninstabiliteit bijzonder weinig objectiveerbare afwijkingen worden gevonden en dat de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT