Voorlopige voorziening van Centrale Raad van Beroep, December 19, 2012

Datum uitspraak:2012/12/19
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker maakt op dit moment zonder problemen gebruik van een opvangarrangement in de Jozef kerk in Amsterdam. Dit opvangarrangement zal - naar het zich laat aanzien - in ieder geval worden gecontinueerd tot eind maart 2013. In de gegeven omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet is gebleken dat is voldaan aan de in artikel 8:81... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/6396 WMO-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[A. te B.] (verzoeker)

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)

Datum uitspraak: 19 december 2012

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. W.G. Fischer, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 22 november 2012, 12/2148 en 12/2149 (aangevallen uitspraak) en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 december 2012. Voor verzoeker zijn verschenen mr. Fischer en een neef van verzoeker, [naam neef van verzoeker]. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Guliker.

OVERWEGINGEN

1.1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.2. Verzoeker, geboren in 1971, heeft de Somalische nationaliteit en is in 1992 vanuit Somalië naar Nederland gekomen. Hij is op 4 augustus 2000 door de Minister van Justitie tot ongewenst vreemdeling verklaard. Een verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring is bij besluit van 4 september 2009 afgewezen. Hij heeft geen verblijfstitel.

1.3. Op 22 augustus 2010 heeft verzoeker het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) verzocht om hem toe te laten tot de opvang, welke aanvraag bij besluit van 10 september 2010 is afgewezen. Ook heeft verzoeker het college op 22 augustus 2010 verzocht om hulp in de vorm van toelating tot de maatschappelijke opvang als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), dan wel in de vorm van bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Beide verzoeken zijn afgewezen. In zijn uitspraak van 6 juni 2012, LJN BW7702, heeft de Raad de afwijzing van de aanvraag om maatschappelijke opvang in stand gelaten op de grond dat verzoeker door de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor de periode van 7 april 2011 tot en met 6 april 2016 is geïndiceerd voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Daarbij is zorgzwaartepakket GGZ05C geïndiceerd. Deze indicatie omvat zorg met verblijf, welke zorg verzoeker feitelijk kon verkrijgen door gebruik te maken van de door Dimence aangeboden en op de problematiek van verzoeker toegesneden voorziening. Voor maatschappelijke opvang was dan ook geen noodzaak aanwezig.

1.4. Op 8 augustus 2011 heeft verzoeker opnieuw om hulp in de vorm van toelating tot de maatschappelijke opvang op grond van de Wmo, dan wel in de vorm van bijstand op grond van de WWB verzocht. Bij besluit van 6 oktober 2011 is de aanvraag om bijstand afgewezen. Bij besluit van 29 november 2011 is de aanvraag om maatschappelijke opvang afgewezen. Bij besluit van 16 februari 2012 heeft het college - niettegenstaande het feit dat verzoeker in het licht van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT