Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Zutphen, 27 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Zutphen
SAMENVATTING

De rechtbank beëindigt de inbeslagname van vuurwerk. Het onder een vuurwerkimporteur in beslag genomen vuurwerk is niet in strijd met de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk: het is geen vuurwerk dat als hoofdeffect het genereren en verspreiden van rook heeft.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

BVS nummer: 12/1069

De rechtbank heeft te beslissen op een op 10 december 2012 ter griffie ingekomen klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering over de inbeslagneming van voorwerpen, ingediend door:

de besloten vennootschap [naam BV],

gevestigd te [plaats, adres],

hierna te noemen: klaagster.

De rechtbank heeft de processtukken bezien. Het klaagschrift is in het openbaar behandeld door de raadkamer op 20 december 2012. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

Overwegingen

Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de inbeslagneming en het uitblijven van een last tot teruggave is in dit geval het volgende normatieve kader van belang:

Ingevolge artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bij regeling van Onze Minister vuurwerk aangewezen als consumentenvuurwerk. De aanwijzing geschiedt aan de hand van de aard, samenstelling, constructie en eigenschappen van het vuurwerk.

Ingevolge artikel 1.2.2, vierde lid, van het Vuurwerkbesluit is het verboden vuurwerk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of tot ontbranding te brengen indien dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.

Volgens artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (Stcrt. 2010, 11226, zoals nadien gewijzigd; hierna: de Ract) is consumentenvuurwerk dat als effect heeft het genereren en verspreiden van rook, verboden.

Volgens vaste rechtspraak verzet het strafvorderlijk belang zich tegen opheffing van het beslag als geoordeeld moet worden dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen zal bevelen.

De volgende feiten en omstandigheden worden door de rechtbank als vaststaand aangenomen:

Op 16 oktober 2012 is door de Vliegende brigade Vuurwerk van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (VbV) in een opslagruimte van klaagster een partij van 500 dozen consumentenvuurwerk met de naam Day Dream – op de transportdoos stond vermeld: Daylight Beauty – artikelnummer LE343 (hierna: het vuurwerk) bemonsterd waarbij de VbV vijf stuks van het vuurwerk onder zich heeft genomen. Het etiket op het vuurwerk vermeldt: ‘25 shots smoke cake’. Klaagster is een importeur van vuurwerk.

De monsters zijn op 19 oktober 2012, onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van H. Woortmeijer van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT