Voorlopige voorziening van Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2013

Datum uitspraak:16 januari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekster is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de door haar verzochte voorlopige voorziening. Van bijzondere betekenis hierbij is dat van de zijde van verzoekster in het geheel geen stukken in het geding zijn gebracht welke kunnen dienen ter onderbouwing van haar stelling met betrekking tot... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5862 ZW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[A. te B. ] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 16 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. D.S. de Ploeg, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 september 2012, 12/3634 (aangevallen uitspraak) en bij brief van 31 oktober 2012 een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2012. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. De Ploeg. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos. Als derde-belanghebbende heeft [B.V. ] zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. Hendriks, advocaat, en R.M.J. Slijpen.

OVERWEGINGEN

  1. Voor een overzicht van de voor de beoordeling van het verzoek van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de voorzieningenrechter naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

  2. Bij besluit van 28 maart 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 17 november 2011 gegrond verklaard en bepaald dat zij op en na 26 september 2011, gelet op de aard en omvang van haar medische klachten in relatie tot de belastende factoren van de arbeid, onverminderd ongeschikt was tot het verrichten van haar werkzaamheden

  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door de werkgever van verzoekster, [B.V.], tegen het bestreden besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar tegen het besluit van 17 november 2011 te nemen.

  4. In hoger beroep heeft verzoekster zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. In haar verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft zij verzocht om de voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat het Uwv wordt veroordeeld tot het betalen van voorschotten op verzoeksters ZW-uitkering.

  5. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling.

    5.1. Gelet op artikel 8:81 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT