Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Alkmaar, 27 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van de kosten van de door eiser ingeschakelde deskundige omdat de door eiser voorgestane waarde niet kan worden herleid uit de in het taxatierapport genoemde verkoopprijzen. Daarom kan het taxatierapport niet worden aangemerkt als ondersteunend voor eisers standpunt.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/3101

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2012 in de zaak tussen:

[naam eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.B.A.C. Hasselman),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Stede Broec, verweerder

(gemachtigde: A. Prawirodirdjo).

Procesverloop

Bij beschikking van 28 februari 2011 heeft verweerder ter uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van eisers onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: eisers woning) voor het belastingjaar 2011 vastgesteld.

Bij uitspraak op bezwaar van 27 september 2011 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2012. Eiser en zijn gemachtigde zijn met afbericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam].

De termijn voor het doen van uitspraak is verlengd.

Feiten

1.1. Verweerder heeft de WOZ-waarde van eisers woning aan de [adres] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2011 vastgesteld op € 267.000. Verweerder is daarbij uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2010.

1.2. Eisers woning is vrijstaand en heeft een inhoud van 280 m³ en een aanbouw van 60 m³. De woning heeft verder een souterrain/woonkelder van 72 m³, dakkapel en garage. De woning is gebouwd in 1958 en ligt op een perceel van 420 m².

Geschil en beoordeling

  1. Het geschil gaat over de hoogte van de WOZ-waarde van eisers woning. Eiser stelt dat verweerder deze te hoog heeft vastgesteld. Volgens eiser dient de WOZ-waarde te worden bepaald op € 226.000. Verweerder blijft bij de vastgestelde waarde.

  2. Het is aan verweerder om aannemelijk te maken dat hij de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld. Voor de waardering van woningen is de methode van vergelijking met daartoe geschikte vergelijkingsobjecten, die zijn verkocht rond de waardepeildatum, bij uitstek geschikt. Verweerder mag de vastgestelde WOZ-waarde in beroep nog onderbouwen met nieuwe gegevens, zoals hij in dit geval ook heeft gedaan met de bij het verweerschrift overgelegde matrix. Verweerder baseert de vastgestelde WOZ-waarde op de verkoopgegevens van de woningen aan de [referentiewoning 1] te [plaatsnaam 1], de [referentiewoning 2] te [plaatsnaam 2], de [referentiewoning 3] te [plaatsnaam 3], de [referentiewoning 4] te [plaatsnaam 1], de [referentiewoning 5] te [plaatsnaam 3].

  3. Verweerder voert aan dat nader onderzoek aantoont dat de WOZ-waarde van eisers woning in verhouding met de verkoopcijfers van de referentiewoningen niet te hoog...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT