Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, December 19, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/19
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummer: AWB 12/211

Uitspraakdatum: 19 december 2012

Uitspraak in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiseres,

gemachtigde: R.R.P. Renique,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Amsterdam, verweerder.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Verweerder heeft bij beschikking van 22 juli 2011 geweigerd de door eiseres voor de jaren 2009 en 2010 gevraagde teruggaaf omzetbelasting te verlenen.

    Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2011 de beschikking gehandhaafd.

    Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

    Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

    Nadat partijen hiertoe toestemming hebben verleend, heeft de rechtbank besloten uitspraak te doen zonder mondelinge behandeling.

  2. Tussen partijen vaststaande feiten

    Eiseres bezit op 1 januari 2011 27 kilogram zilver en 0,5 kilogram goud. Eiseres heeft het zilver in 2011 verkocht.

  3. Geschil

    In geschil is of eiseres belastingplichtige is voor de heffing van btw in het kader van de bijzondere regeling voor beleggingsgoud.

  4. Beoordeling van het geschil

    4.1.1. Anders dan eiseres betoogt, ziet de rechtbank in de bepalingen die de bijzondere regeling voor beleggingsgoud vormen (hoofdstuk 5 van de Btw-richtlijn) geen aanwijzing dat voor deze regeling een andere definitie van het begrip ‘belastingplichtige’ zou gelden dan die bedoeld in titel III, artikel 9 van de Btw-richtlijn.

    4.1.2. Wanneer in titel XII met als opschrift ‘Bijzondere regelingen’, waartoe behoort hoofdstuk 5 met als opschrift ‘Bijzondere regeling voor beleggingsgoud’ (bijvoorbeeld in artikel 349), van de Btw-richtlijn de woorden ‘aan een andere belastingplichtige’ worden gebruikt, wordt uitsluitend gedoeld op een belastingplichtige zoals gedefinieerd in titel III van de Btw-richtlijn met als opschrift ‘Belastingplichtigen’. Deze woorden hebben niet de strekking die eiseres eraan toekent, namelijk dat iedere koper van beleggingsgoud als belastingplichtige voor de btw moet worden beschouwd. De uitleg die eiseres aan deze woorden geeft, volgt niet logisch uit de samenhang binnen de Btw-richtlijn en is in strijd met doel en strekking van de regeling voor beleggingsgoud.

    4.1.3. De artikelen 352 en 353 van de Btw-richtlijn kunnen, anders dan eiseres betoogt, niet in die zin worden opgevat dat deze artikelen de lidstaten verplichten om een gereglementeerde goudmarkt in te stellen waarbinnen het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT