Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, December 20, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/20
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummer: AWB 12/2879

Uitspraakdatum: 20 december 2012

Uitspraak in het geding tussen

[X] BV, gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: mr. M. van der Meij,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Holland-Noord, kantoor Zaandam, verweerder.

  1. Procesverloop

    1.1. Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2009 een aanslag vennootschapsbelasting (hierna: vpb) opgelegd berekend naar een belastbaar bedrag van € 3.834 (hierna: de aanslag) en een bedrag van € 54 aan heffingsrente in rekening gebracht.

    1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 5 juni 2012 de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.

    1.3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

    1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

    1.5. Partijen hebben vóór de zitting hun pleitnota’s ingediend, welke in afschrift zijn verstrekt aan de wederpartij.

    1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2012. Namens eiseres is verschenen [A] (directeur), bijgestaan door de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. M. Bosscher, mr.drs. L.J.C. Vet en mr. J.N.A.H. Renckens. Op dezelfde zitting is behandeld het beroep van [A] geregistreerd onder procedurenummer AWB 12/2880.

  2. Tussen partijen vaststaande feiten

    2.1. Alle aandelen in eiseres zijn in handen van haar directeur [A] (hierna: [A]).

    2.2. De op [NAAM ] woonachtige dochter van [A] (hierna: de dochter) heeft zich tezamen met haar partner in 2002 ingekocht in een café-bar in [PLAATS/LAND]. De dochter en haar partner, die beiden geruime tijd werkzaam zijn geweest in de horecabranche, werden daarmee voor de helft eigenaar van de onderneming.

    2.3. Door het ontbreken van voldoende zekerheden waren Nederlandse noch Griekse banken bereid met de dochter en haar partner geldleningsovereenkomsten aan te gaan.

    2.4. Ter financiering van voormelde inkoop hebben eiseres en de dochter op 1 april 2002 een geldleningsovereenkomst gesloten tot een bedrag van € 45.378 (hierna ook: eerste geldverstrekking). Daarbij is een jaarlijkse rente van 4,3% overeengekomen. Er zijn geen afspraken gemaakt over aflossing. Blijkens artikel 6 van de betreffende overeenkomst mag het geld alleen worden aangewend voor de aanschaf van de horecaonderneming en dient de onderneming tevens als onderpand voor de verstrekte geldlening.

    2.5. Eiseres en de dochter zijn op 1 januari 2006 een tweede lening overeengekomen tot een bedrag van € 55.000 (hierna ook: tweede geldverstrekking). De overeengekomen rente bedraagt 4,2% per jaar. De geldlening is verstrekt in verband met de uitkoop van de andere vennoot in de horecaonderneming (betaling van het eerste termijnbedrag) en voor de aflossing van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT