Herziening van Rechtbank Amsterdam, 7 november 2007

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 november 2007
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
SAMENVATTING

Herzieningsverzoek m.b.t. ontslagbesluit waar eiser zelf om heeft verzocht. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Awb. Eiser heeft om ontslag verzocht en verkeerde daarbij in de veronderstelling dat hij 82% van het pensioengevend salaris uitgekeerd zou krijgen en dat hij vanaf 60-jarige... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

meervoudige kamer

UITSPRAAK

in het geding met reg.nr. AWB 06/6090 AW

van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

eiser,

vertegenwoordigd door mr. G.N.M. Groen,

tegen:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. J.M. Wagter.

  1. PROCESVERLOOP

    De rechtbank heeft op 20 december 2006 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 27 november 2006 (hierna: het bestreden besluit).

    Het onderzoek is gesloten ter zitting van 11 oktober 2007.

  2. OVERWEGINGEN

    Eiser is sinds 1967 in dienst van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD).

    Eiser heeft gebruik willen maken van de vroegpensioen-regeling en heeft verzocht om verlening van eervol ontslag met ingang van 1 maart 2001.

    Bij besluit van 22 februari 2001 is aan eiser met ingang van 1 maart 2001 eervol ontslag verleend wegens gebruikmaking van de geldende regeling voor flexibele pensionering en uittreding (FPU).

    Eiser heeft op 21 april 2006 verzocht om herziening van het ontslagbesluit van

    22 februari 2001. Daarnaast heeft hij verzocht om een nieuw ontslagbesluit waarbij hem eervol ontslag zal worden verleend met ingang van 1 maart 2005 en heeft hij verzocht hem per 1 maart 2005 in aanmerking te laten komen voor de regeling Functioneel Leeftijds Ontslag (FLO).

    Subsidiair heeft hij verzocht om vergoeding van de door hem geleden schade wegens gemiste uitkeringen en gemiste opbouw van pensioen.

    Eiser heeft in dit kader naar voren gebracht dat hij op basis van brieven en brochures enerzijds en mededelingen van een medewerker van de Afdeling Personeelszaken van de KLPD anderzijds, destijds had begrepen dat de uitkering die hij per 1 maart 2001 zou ontvangen 82% van het pensioengevend salaris zou bedragen en dat hij onder de overgangsregeling viel op grond waarvan hij vanaf 60-jarige leeftijd zijn FLO-aanspraken zou behouden. Bij brief van 14 maart 2001 is aan eiser door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) een berekening van zijn vroegpensioen toegezonden waaruit bleek dat het pensioen slechts 24% van het pensioengevend salaris bedraagt.

    Bij primair besluit van 23 mei 2006 heeft verweerder het herzieningsverzoek, het verzoek om eiser voor een FLO-uitkering in aanmerking te brengen en het subsidiaire verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser heeft hiertegen tijdig bezwaar gemaakt.

    Bij het bestreden besluit heeft verweerder - onder overneming van het advies van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT