Raadkamer van Rechtbank Oost-Brabant, 6 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 6 februari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Brabant
SAMENVATTING

Appel O.M. beslissing rechter-commissaris gegrond. Artikel 51 Wet wapens en munitie (WWM) , uitleg omvang begrip "redelijkerwijs aanleiding", aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden van het geval. De omstandigheid dat in het afgelopen jaar twee maal eerder een vuurwapen werd aangetroffen bij verdachte levert redelijkerwijs aanleiding op voor onderzoek voertuig als bedoeld in art. 51... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Rechtbank Oost-Brabant Raadkamer

Parketnummer: 01/845070-13

RC-nummer :

Appelnummer: 13/154

Beschikking tegen afwijzing vordering bevel bewaring

In de strafzaak van

[verdachte]

Geboren op [geboortedatum,geboorteland]

Wonende te [woonplaatss, adres]

Bij beschikking van 28 januari 2013 heeft de rechter- commissaris in deze rechtbank de vordering van de officier van justitie tot de inbewaringstelling van verdachte afgewezen

De rechter-commissaris acht de aanhouding en inverzekeringstelling onrechtmatig.

De officier van justitie heeft op 30 januari 2013 tegen deze beslissing van de rechter- commissaris beroep ingesteld. Tevens heeft de officier op 4 februari 2013 een appelmemorie ingediend.

De zaak is behandeld in raadkamer van deze rechtbank op 6 februari 2013. Verdachte is , hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Wel is verschenen zijn raadsman. Van het verhandelde in raadkamer is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.

De officier van justitie verdenkt verdachte, enigszins samengevat, van het voorhanden hebben van een vuurwapen als bedoeld in de artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie.

Overwegingen

Het beroep is tijdig ingesteld, zodat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn beroep..

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het appel, voor wat de feiten betreft, uit van het (voorgeleidings)proces-verbaal d.d. 25 januari 2013. Kort samengevat komt dit op het volgende neer.

Op 25 januari 2013 zien verbalisanten [verbalisant] een auto rijden met kenteken [kenteken], waarvan bekend is dat verdachte de gebruiker is. Bij drie eerdere onderzoeken is bij verdachte in de loop van 2012 twee maal eerder een (echt) vuurwapen aangetroffen. De politieambtenaren hebben besloten de betreffende auto en de inzittende(n) te controleren op grond van de bepalingen van de Wet Wapens en Munitie. Zij geven een stopteken, waaraan verdachte heeft voldaan. Nadat de verbalisanten de personalia van verdachte hebben gecontroleerd aan de hand van zijn rijbewijs, maken zij aan verdachte kenbaar wat het doel is van hun optreden: controle op de aanwezigheid van wapens. Nadat zij verdachte hadden gevraagd of hij in het bezit was van een wapen, verklaarde verdachte dat er een wapen in de auto lag. Nadat verdachte was gevorderd de overige wapens uit te leveren, verklaarde verdachte dat het wapen in de auto het enige wapen was waar hij over beschikte. Door verbalisant [verbalisant] wordt op de door verdachte aangewezen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT