Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 21 februari 2013

Datum uitspraak:21 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en weigering WUBO-uitkering. In onvoldoende mate aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in de WUBO.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/3503 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak 21 februari 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 21 maart 2012, kenmerk BZ01326641 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2013. Daar is appellant verschenen, bijgestaan door zijn dochter [naam dochter]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellant, geboren in 1930, heeft in april 2010 bij verweerder een aanvraag ingediend om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en toekenning van onder meer een periodieke uitkering. In dat verband heeft appellant aangegeven dat er sprake is geweest van een evacuatie uit Amersfoort en dat hij bij zijn terugkeer in Amersfoort bombardementen heeft meegemaakt. Tegen het eind van de oorlog is hij met de trein in Duitsland aangekomen en tijdens die treinreis werd de trein beschoten. Vervolgens is hij via Altenfelt in Bremen terecht gekomen. Daar heeft hij bombardementen meegemaakt. Vlak voor de bevrijding verbleef hij in Groningen en zijn er in de straat voor de woning beschietingen geweest tussen Duitsers en Canadezen, aldus appellant.

    1.2. Verweerder heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 17 februari 2011, na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Volgens verweerder is onvoldoende aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo.

  2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

    2.1. In artikel 2 van de WUBO is bepaald dat - voor zover hier van belang - onder burger-oorlogsslachtoffer wordt verstaan degene die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen ten gevolge van met de krijgsverrichtingen direct verbonden handelingen of omstandigheden, dan wel ten gevolge van handelingen of maatregelen welke door of namens de vijandelijke bezettende macht tegen hem werden gericht, ten gevolge waarvan hij blijvend invalide is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT