Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Zwolle, 28 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 februari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Zwolle
SAMENVATTING

Veroordeling van een politieman wegens (tweemaal) poging tot doodslag. De rechtbank heeft het beroep op noodweer en putatief noodweer - mede met het oog op de Garantenstellung - verworpen en de politieman een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd en een werkstraf van 180 uur

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Sector Strafrecht - meervoudige kamer

Parketnummer: 07.663112-10 (P)

Uitspraak: 28 februari 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum en plaats],

wonende te [adres en plaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2013, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.J.P. van Barneveld, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was aanwezig mr. H.J. Mous.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

  1. hij op of omstreeks 9 februari 2010 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een pistool, althans een vuurwapen, een kogel/projectiel heeft afgevuurd op die [slachtoffer 1], die zich bevond in de aldaar aan de [adres] gevestigde [winkel] en bezig was naar buiten te kruipen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] althans die net naar buiten was gekropen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] en zich aldaar bevond buiten de [winkel] (in gehurkte positie) en/of waarbij verdachte zich bevond op geringe althans enige afstand van die [slachtoffer 1] en/of waarbij die kogel/dat projectiel ondermeer de neusbrug en de keel van die [slachtoffer 1] heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

    althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij op of omstreeks 9 februari 2010 te Deventer aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een of meer schotwonden aan de neus en/of keel en/of verwondingen tussen het neus en keelgebied en/of waarbij een operatie door een kaakchirurg nodig was en hij drie dagen op de intensive care heeft doorgebracht), heeft toegebracht, door opzettelijk met een pistool, althans een vuurwapen, een kogel/projectiel af te vuren op die [slachtoffer 1] zulks terwijl die [slachtoffer 1] die zich bevond in de aldaar aan de [adres] gevestigde [winkel] en bezig was naar buiten te kruipen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] althans die net naar buiten was gekropen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] en zich aldaar bevond buiten de [winkel] (in gehurkte positie) en/of waarbij verdachte zich bevond op geringe althans enige afstand van die [slachtoffer 1] en/of waarbij die kogel/dat projectiel ondermeer de neusbrug en de keel van die [slachtoffer 1] heeft geraakt.

  2. hij op of omstreeks 9 februari 2010 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een pistool, althans een vuurwapen, een kogel/projectiel heeft afgevuurd op die [slachtoffer 2] die zich bevond in de aldaar aan de [adres] gevestigde [winkel] en bezig was naar buiten te kruipen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] althans die net naar buiten was gekropen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] en zich aldaar bevond buiten de [winkel] (in gehurkte positie) en/of waarbij verdachte zich bevond op geringe althans enige afstand van die [slachtoffer 2] en/of waarbij die kogel/projectiel door het linker bovenbeen van die [slachtoffer 2] is gegaan terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

    althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij op of omstreeks 9 februari 2010 te Deventer aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een doorschotwond in het linker bovenbeen en/of nervus ischiadicusuitval (ischiaszenuwuitval) en/of waarbij die [slachtoffer 2] gedurende lange tijd niet kon lopen), heeft toegebracht, door opzettelijk met een pistool, althans een vuurwapen, een kogel/projectiel af te vuren op die [slachtoffer 2] zulks terwijl die [slachtoffer 2] die zich bevond in de aldaar aan de [adres] gevestigde [winkel] en bezig was naar buiten te kruipen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] althans die net naar buiten was gekropen door een gat in de ruit van de toegangsdeur van de [winkel] en zich aldaar bevond buiten de [winkel] (in gehurkte positie) en/of waarbij verdachte zich bevond op geringe althans enige afstand van die [slachtoffer 2] en/of waarbij die kogel door het linker bovenbeen van die [slachtoffer 2] is gegaan.

    VOORVRAGEN

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

    BEWIJSOVERWEGINGEN

    Inleiding

    Op dinsdag 9 februari 2010 omstreeks 4.45 uur vond een inbraak plaats in het winkelpand van de [winkel], gevestigd aan de [adres] te Deventer. Het winkelpand van de [winkel] bevindt zich in een kelder onder de [winkel]. De twee inbrekers verschaften zich de toegang door middel van het stukslaan van de onderzijde van een glazen toegangsdeur. Na de inbraakmelding zijn de politieambtenaren [verdachte] (hierna: verdachte) en [verbalisant 1] ter plaatse gegaan. Op het ogenblik dat verdachte bij genoemd winkelpand post had gevat bij de voordeur kwamen beide inbrekers, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] via de trap naar boven en trachtten via de verbrijzelde glazen deur naar buiten te komen.

    [slachtoffer 2] had een voorhamer in zijn handen en beiden hadden een muts over hun hoofd. Door verdachte is twee maal kort achter elkaar een schot gelost, waarbij [slachtoffer 1] een schotwond in het gezicht heeft bekomen en [slachtoffer 2] in zijn linkerbovenbeen is geraakt.

    Door de rijksrecherche is onderzoek gedaan naar het politieoptreden voor en tijdens het geweldsincident. Op grond van dit onderzoek heeft het openbaar ministerie besloten verdachte niet te vervolgen bij sepotbeslissing d.d. 29 april 2011. Hierop is door aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een klacht ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering ingediend. Bij beschikkingen van 14 juni 2012 heeft het gerechtshof te Leeuwarden alsnog de vervolging van verdachte bevolen ter zake van poging tot doodslag dan wel van zware mishandeling.

    Het standpunt van het openbaar ministerie

    De officier van justitie heeft aangegeven dat vast staat dat door de schoten uit het vuurwapen van verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gewond zijn geraakt. In beide gevallen heeft het handelen van verdachte zwaar lichamelijk lestel ten gevolge gehad. De officier van justitie is van oordeel dat uit het letsel van beide mannen valt op te maken dat ze neergeschoten zijn op het moment dat ze nog gebukt waren. Voor wat betreft het onder 1 ten laste gelegde feit, dat ziet op [slachtoffer 1], acht de officier van justitie opzet in voorwaardelijke zin aanwezig op poging tot doodslag. Als een geoefend schutter als verdachte op een afstand van ongeveer 2 meter op een persoon die op dat moment gebukt is een schot afvuurt, dan is de kans aanmerkelijk dat de persoon ook dood geschoten zou kunnen worden. Deze kans heeft verdachte door zijn handelen ook bewust aanvaard.

    Voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde feit, dat ziet op [slachtoffer 2], acht de officier van justitie poging tot doodslag niet te bewijzen, omdat verdachte heeft verklaard dat hij bewust op de benen heeft gericht en het schot ook daadwerkelijk het linkerbovenbeen van [slachtoffer 2] heeft geraakt. Het onder 2 subsidiair ten laste gelegde, het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 2], acht de officier van justitie wel wettig en overtuigend bewezen.

    Het standpunt van de verdediging

    De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van zowel feit 1 primair als feit 2 primair, te weten poging doodslag op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen, onder andere de verklaring van verdachte en het sporenonderzoek, blijkt dat verdachte neerwaarts in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft geschoten. Hij mikte op de benen. Hierdoor valt, naar het oordeel van de raadsman, niet te bewijzen dat verdachte de aanmerkelijke kans zou hebben aanvaard dat [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door dat schieten om het leven zouden komen. In het been bevinden zich immers geen vitale organen, terwijl bij schieten op korte afstand, door een geoefend schutter als verdachte, de kans gering is dat een ander, wel vitaal lichaamsdeel dan beoogd wordt geraakt.

    Het oordeel van de rechtbank

    De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

    Op 20 april 2010 is door [slachtoffer 2] aangifte gedaan van poging tot doodslag op 9 februari 2010 in Deventer. Hij verklaarde dat hij in de [winkel] te Deventer aan het inbreken was geweest...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT