Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Zwolle, 28 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 februari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Zwolle
SAMENVATTING

Vergoeding van in bezwaar overgelegde taxatierapporten in WOZ procedures; verder geen sprake van samenhangende zaken in kader Besluit proceskosten bestuursrecht; beroep gegrond.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 12/2191

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak van

E.H. van der Veen Beheer B.V.,

gevestigd te Rijssen, eiseres,

gemachtigde: S. Smis-van Dijk,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rijssen-Holten], verweerder,

gemachtigde: mr. J.H.M. Kolfschoten.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft verweerder

    de waarde van de onroerende zaken [adres], [adres] en [adres], alle te [plaats], vastgesteld bij beschikking, gedateerd op 31 januari 2012. Daarbij is de waarde van deze onroerende zaken vastgesteld op € 101.000,-, € 416.000,- respectievelijk € 112.000,- per waardepeildatum 1 januari 2011 voor het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012. Eiseres heeft tegen deze besluiten bij afzonderlijke brieven van 9 februari 2012, aangevuld bij brieven van 21 mei 2012, bezwaar gemaakt.

    Bij uitspraak op bezwaar van 26 juli 2012 heeft verweerder de bezwaarschriften van eiseres gegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaken [adres], [adres] en [adres] verlaagd naar € 64.000,-, € 312.000,- en € 54.000,-. Daarbij heeft verweerder aan eiseres een vergoeding voor de in bezwaar gemaakte proceskosten toegekend ter hoogte van € 220,95.

    Tegen deze uitspraak op bezwaar heeft eiseres op 4 september 2012 beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd.

    Het beroep is op 22 januari 2012 ter zitting behandeld. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J.W.H. Kottink, bijgestaan door de gemachtigde van verweerder.

    De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

  2. Het geschil

    In geschil is of verweerder de voor de bezwaarfase toegekende proceskostenvergoeding terecht heeft vastgesteld op € 220,95.

    Eiseres stelt in beroep dat verweerder bij de bepaling van de vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand per bezwaarschrift een procespunt toe had moeten kennen. Daarnaast had verweerder volgens eiseres een vergoeding toe moeten kennen voor de kosten die eiseres heeft moeten maken voor het indienen van de taxatierapporten in de bezwaarfase.

    Verweerder stelt zich op het standpunt dat de drie bezwaarschriften van eiseres zijn aan

    te merken als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Daarnaast hanteert verweerder op basis van de Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde heffingen gemeente Rijssen-Holten (hierna: de Beleidsregels) de vaste handelswijze dat kosten van taxatierapporten die in het kader van een bezwaar tegen een

    WOZ-beschikking zijn ingediend in principe niet worden vergoed.

    Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

  3. Beoordeling van het geschil

    De rechtbank stelt vast dat uitsluitend in geschil is of verweerder aan eiseres terecht een proceskostenvergoeding ter hoogte van € 220,95 heeft toegekend voor de kosten die zij in bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken.

    Artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de kosten

    die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

    Met de woorden ‘redelijkerwijs heeft moeten maken’ is bedoeld dat de kosten redelijkerwijs gemaakt moeten zijn, maar ook dat de hoogte van die kosten redelijk is (de dubbele redelijkheidtoets).

    De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres tijdig heeft verzocht om een vergoeding van de kosten in verband met...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT