Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Zwolle, 27 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 februari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Zwolle
SAMENVATTING

Tussenuitspraak. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat aan de toekenning van een WGA-vervolguitkering een volledige verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling ten grondslag dient te liggen en dat dit in het onderhavige geval ook heeft plaatsgevonden. Dat in de onderhavige zaak een volledige verzekeringsgeneeskundige beoordeling heeft plaatsgevonden volgt de rechtbank niet. Uit ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team bestuursrecht

Zittingsplaats Almelo

Registratienummer: 12 / 246 WIA

uitspraak van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 8:80a Algemene wet bestuursrecht

in het geschil tussen:

[eiser],

wonende te Rijssen, ,

gemachtigde: G.H.A. Paskamp, werkzaam bij Repas, rechtspraktijk en letselschade, te Hengelo,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),

gevestigd te Amsterdam, locatie Hengelo, verweerder.

  1. Bestreden besluit

    Besluit van verweerder van 24 februari 2012.

  2. Procesverloop

    Bij besluit van 23 augustus 2011 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn loongerelateerde uitkering (LGU) in verband met werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA), die hem is toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), per 2 november 2011 eindigt en dat hij met ingang van die datum in aanmerking komt voor een WGA-vervolguitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%.

    Tegen het besluit van 23 augustus 2011 heeft eiser bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard.

    Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 5 maart 2012 beroep ingesteld. Het beroep is later aangevuld.

    Verweerder heeft op 1 mei 2012 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend en een verweerschrift ingediend. Nadien heeft verweerder nog aanvullingen daarop overgelegd.

    Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 12 oktober 2012, waar eiser tezamen met zijn gemachtigde is verschenen, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door A.A. Verbeek.

    De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. De zaak is wederom behandeld ter zitting van 31 januari 2013. Daarbij zijn eiser en zijn gemachtigde verschenen. Namens verweerder is L.A.P. ter Laak verschenen.

  3. Overwegingen

    3.1. Eiser was werkzaam als timmerman/ploegleider. Hij heeft zich op 5 februari 2007 wegens griepklachten, later gevolgd door chronische vermoeidheid, ziek gemeld voor dit werk.

    3.2. Verweerder heeft bij besluit van 28 januari 2009 geweigerd eiser per 2 februari 2009 (einde wachttijd) in aanmerking te brengen voor een WIA-uitkering. Uit de onder andere daaraan ten grondslag liggende rapportage van de verzekeringsarts van 12 januari 2009 blijkt dat volgens de verzekeringsarts geen sprake is van een objectiveerbare oorzaak voor de aanhoudende klachten van moeheid, zodat geen sprake is van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks en objectiveerbaar gevolg van ziekte...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT