Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 7 maart 2013

Datum uitspraak: 7 maart 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Terugvordering AOR-uitkering. Door appellante is niet bestreden dat er teveel AOR-uitkering is uitbetaald. De te hoge betalingen vinden hun oorzaak in het achterwege blijven van korting in verband met het WIV-pensioen. Appellante heeft aanvankelijk geen melding gemaakt van de besluitvorming omtrent haar weduwepensioen. De uitbetaling van de foutieve bedagen is door toedoen van appellante geschied.... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/5743 AOR

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (verweerster)

Datum uitspraak: 7 maart 2013

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 15 september 2010, kenmerk 0006044/CAOR. Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2013. Appellante is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.G. Belleflamme en mr. R.L.M.J. Gielen.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Aan appellante, geboren in 1935, zijn in 2003 voorzieningen in de vorm van onder meer een periodieke uitkering toegekend krachtens de AOR.

    1.2. Op [overlijdensdatum] is de echtgenoot van appellante overleden. De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) heeft appellante met ingang van 1 juli 2007, op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (WIV), voorlopig een weduwepensioen toegekend rekeninghoudend met een invaliditeitspercentage van 40. Bij brief van 5 juli 2007 heeft verweerster appellante verzocht zo spoedig mogelijk te laten weten of haar nog pensioenrechten van wijlen haar echtgenoot worden toegekend. Aangekondigd is dat zodra de gegevens worden ontvangen, de korting neveninkomsten op de AOR-uitkering zal worden herbeoordeeld en zo nodig zal worden herzien. Appellante heeft in reactie hierop laten weten nog geen uitsluitsel te kunnen geven over haar weduwepensioen en zo spoedig mogelijk de benodigde inlichtingen te zullen verstrekken. Nadien is zij niet meer op het verzoek van 5 juli 2007 teruggekomen.

    1.3. Bij besluit van 12 maart 2008 heeft de PUR het WIV-pensioen, met terugwerkende kracht met ingang van 1 juli 2007, berekend naar een invaliditeitspercentage van 60. Appellante heeft op het inlichtingenformulier 2007, door verweerster ontvangen op 26 mei 2008, geen melding gemaakt van het WIV-pensioen. Op het inlichtingenformulier 2008, door verweerster ontvangen op 24 maart 2009, heeft appellante de pensioeninkomsten wel vermeld. Naar aanleiding daarvan heeft verweerster appellante bij brief van 30 november 2009 meegedeeld dat het WIV-pensioen voor 50% diende te worden gekort op haar...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT