Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Assen, 27 november 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 november 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn dochter [A]. Voor een veroordeling op grond van artikel 247 Sr is, gelet op de tekst van de bepaling en de wetsgeschiedenis, vereist dat vast komt te staan dat het slachtoffer aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens leed en dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830126-12

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 27 november 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 november 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.

De tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 juli 2011 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, met zijn dochter [A], van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat zijn dochter in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat ze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken

of daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het zich door zijn voornoemde dochter te laten aftrekken.

art 247 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A.M. de Vries acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht zoals verwoord in het reclasseringsadvies.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank overweegt het volgende.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn dochter [A]. Voor een veroordeling op grond van artikel 247 Sr is, gelet op de tekst van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT