Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, December 27, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/27
Uitgevende instantie::Rechtbank 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Afgifte rijbewijs; leeftijdsdiscriminatie; artikel 21 en 51 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Richtlijn 91/439/EEG; Richtlijn 2006/126/EG De rechtbank stelt vast dat de Derde Rijbewijsrichtlijn - anders dan de Tweede Rijbewijsrichtlijn, op grond waarvan de lidstaten het recht behielden om de geldigheidsduur van de door hem afgegeven rijbewijzen vast te stellen volgens nationale... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/4429

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2012 in de zaak tussen

[eiser], te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2011 (primaire besluit) heeft verweerder een rijbewijs categorie B afgegeven aan eiser voor de duur van vijf jaar.

Op eveneens 6 juni 2011 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Bij besluit van 14 mei 2012 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Op 28 mei 2012 heeft eiser beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

De zaak is op 22 november 2012 ter zitting behandeld. Eiser is in persoon verschenen. Verweerder is (met bericht) niet verschenen.

Overwegingen

  1. Eiser is geboren op [datum] 1943.

    2.1. Op grond van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (het VEU) erkent de Unie de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgesteld in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), dat dezelfde juridische waarde als de Verdragen heeft. De bepalingen van het Handvest houden geenszins een verruiming in van de bevoegdheden van de Unie zoals bepaald bij de Verdragen. De rechten, vrijheden en beginselen van het Handvest worden uitgelegd overeenkomstig de algemene bepalingen van titel VII van het Handvest betreffende de uitlegging en toepassing ervan, waarbij de in het Handvest bedoelde toelichtingen, waarin de bronnen van deze bepalingen vermeld zijn, terdege in acht worden genomen.

    2.2. Op grond van artikel 21, eerste lid, van het Handvest is elke discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, verboden.

    Op grond van artikel 51, eerste lid, van het Handvest, voor zover thans van belang, zijn de bepalingen van het Handvest gericht tot de instellingen, organen en instanties van de Unie alsmede, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen, tot de lidstaten. Derhalve eerbiedigen zij de rechten, leven zij de beginselen na en bevorderen zij de toepassing ervan overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden en met inachtneming van de grenzen van de bevoegdheden zoals deze in de Verdragen aan de Unie zijn...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT